“Auntie, auntie!” [lees: anti, anti]
Mijn eerste schoolweek is voorbij gevlogen. Het was een combinatie van leuke ontmoetingen, interessante lessen en over-enthousiaste mensen, maar ook stresserende situaties en teleurstelling.
Tante raadde me aan om het maandag rustig aan te pakken. Ik sliep uit, heb op mijn gemak ontbeten, daarna mijn zak klaargemaakt en naar school vertrokken. Ik had me voorgenomen de 50-tal metertjes naar school alleen te lopen en zoals gewoonlijk zei iedereen vriendelijk goeiedag, met het verschil dat ik nu sommige van de verkopers al kende. De autobanen zijn in vrij degelijke staat, maar voetpaden hier zijn hopen rood zand op steen. Er zijn ook nog niet zo lang geleden riolen aangelegd, maar die worden niet onderhouden en zijn naar mijn idée vrij gevaarlijk, omdat ze niet afgedekt zijn en er dus een gat van een meter breed en een meter diep tussen de straten en de voetpaden zit, met maar hier en daar oversteekplaatsen.
De New Laetaere School wordt duidelijk aangeduid met een groot bord boven de poort. Links van de poort zitten verkopers met snoep en ijs, maar zij bewaken tevens de school in het weekend en ‘s avonds. De garde laat je binnen door de poort. Je kijkt onmiddellijk op het schoolgebouw van de lagere school, dat zo’n twintig meter verder ligt. Wanneer je de lagere school bereikt, zie je er links van een zandplein met daaraan een afgezet stuk speelplein met schommels e.d. Daarachter ligt de middelbare school. Als je de speelplaats oversteekt, kom je aan bij de kleuterafdeling. De onderste verdieping heeft een leeraarskamer (waar ook tante haar bureau heeft) en een videokamer met een kleine tv (die door alle klassen gebruikt kan worden).
Alle leerkrachten en leerlingen waren vriendelijk en ik vroeg waar ik tante Madeleine kon vinden. Tante wordt hier door iedereen mama of moemoe [lees: momoh] genoemd. Alle leerkrachten worden aangesproken met auntie, dus werd ook ik, voor het eerst, ‘auntie’ :).
Op de school wordt van mij verwacht dat ik de kinderen met beperkingen help en begeleid, maar al snel kwam daar ook nog de vraag bij of ik kon nagaan wat hun probleem nu juist precies is. Ik kan wel observaties maken, maar ik kan/mag geen diagnoses stellen, want ik ben daar niet voor bevoegd. Toch wordt het van mij verwacht en dat bleek al uit het eerste gesprek met mijn eerste toekomstige leerlinge en haar ouders.
Tante liet me over aan de zorgen van auntie Chioma, een juf van de school. Zij bracht me naar klas A van het eerste leerjaar. Daar ontmoette ik Ifi, de klasjuf. Ze lieten me kennismaken met Patience. Ik mocht haar meenemen naar de videoruimte, omdat die niet bezet was. Daar liet ik haar een stoel uitkiezen, maar uiteindelijk moest ik zelf de knoop doorhakken omdat ze alle stoelen al zo’n paar keer gepasseerd was zonder te gaan zitten. Toen ze naast me kwam zitten vroeg ik haar een paar kleine vraagjes, maar op alles knikte ze gewoon van “ja”. Ze begreep niet dat ik haar naam vroeg, dus begon ik met mezelf voor te stellen door naar mezelf te wijzen en vervolgens te hopen dat ze de link zou snappen toen ik haar aanwees. Maar er volgde niets. Uiteindelijk heb ik er papier bijgenomen om haar en mezelf uit te tekenen, met het gevolg dat ze mijn naam kon herhalen. Ik kon al snel concluderen dat Patience verstandelijk achter was en door wat de juffen me hadden vertelt was er niet eens zekerheid of Patience wel engels verstaat.
Toen ik bezig was kwamen de ouders van Patience binnen met enkele leerkrachten. Ik stelde me voor en de leerkrachten zeiden dat de ouders me zoveel mogelijk informatie moesten geven. De vader begon over zijn eigen situatie, dat hij in spanje woont en hoe het weer in Belgie is. Toen ik uitlegde wat ik aan het doen was, zei de vader dat ik daarvoor met de moeder moest praten, want het was haar schuld dat Patience in deze toestand is. Daar reageerde ik niet op en begon met de moeder te praten over de zwangerschap e.d. Blijkt dat dit gezin al haast heel noordwest afrika doorgereisd heeft en Patience dus sociaal ook een achterstand heeft. Daarbij komt dat ze niet echt een moedertaal heeft, of deze toch onvoldoende heeft kunnen ontwikkelen door het vele verhuizen. Vader voegde er nogmaals aan toe dat het moeders schuld was. De ouders leefden duidelijk gescheiden en hadden niets dan afgunst voor elkaar over, maar de moeder bleef ten minste respectvol ten opzichte van haar man. Zo erg dat ze hem niet tegensprak, dus deed ik dat dan maar. Door dat ik een ligt vermoeden had wat het probleem was (Dysfasie) legde ik hem uit dat dit probleem waarschijnlijk aangeboren is en los staat van de ouders. Ook zal het verhuizen tijdens en na de zwangerschap stress opgeleverd hebben, maar nog ligt de grootste oorzaak van de beperking volgens mij in de hersenen. Ik legde uit dat ik haar dagelijks zou zien en zou zoeken naar methoden die voor haar het beste werken. De moeder bedankte me en ging naar buiten met Patience terwijl zijn vader tegen een leerkrachte bezig was over hoe het toch de schuld van de moeder was. Ik zei hem dat hij moet stoppen met dat te zeggen en zeker niet in het bijzijn van het kind. Hij verschoot eventjes en durfde me niet meer aankijken. Ik was eventjes bang dat ik te ver gegaan was en het eerste contact met de vader al verbrod had, maar ook de andere (toevallig allemaal vrouwelijke) leerkrachten steunden me en zeiden dat hij er mee moest ophouden. Ik voegde er nog aan toe dat ik niet zeker wist wat de oorzaak was, maar dat het hoogstwaarschijnlijk aangeboren is, maar zei ook dat ik mijn best zou doen om uit te zoeken wat het probleem was en haar zo goed als mogelijk zou helpen. Hij bedankte me en liep stillekes voort…
Er was een jongen op de middelbare afdeling waarvan ze wilden dat ik met hem in gespek ging. Zijn vader heeft hij nooit gekent en de moeder had de jongen deze week betrapt op stelen. De jongen heet Justin en heeft volgens mij weinig kwaad in hem. Hij leeft samen met alleen maar vrouwen: zijn 3 zussen, moeder en haar schoonzus. Na wat met hem te babbelen bleek dat hij met het geld een MP3 speler gekocht had. We kwamen tot het accoord dat hij zicht zou verontschuldigen bij zijn moeder en een manier zou zoeken om haar terug te betalen door bijvoorbeeld extra te helpen in de huiselijke taken. Ik vroeg hem me op de hoogte te houden en zei hem dat hij me steeds mocht aanspreken al hij ergens over wou praten.
Voor ik naar huis ging, ging ik naar de bibliotheek om pictogrammen e.d. te vinden maar daarvoor stuurden ze me naar de kleuterafdeling. Uiteindelijk vond ik een degelijk spel met foto-kaarten en nam ook een domino-spel mee.
Vanaf nu zou ik Patience dus telkens om 11u meenemen, na het half uurtje pauze. Dinsdag nam ik haar mee naar de videoruimte en probeerde met haar de foto-kaarten en het domino-spel uit maar deze laatste bleek te moeilijk. Haar taakspanning is ook zeer beperkt, dus variatie is nodig. Al zei Patience al inmens veel meer dan de dag hiervoor, toch merkte ik dat ze enorme moeite had met sommige klanken en haar lippen en tong niet opspant zoals wij doen tijdens het praten.
Ook ontmoete ik op dinsdag twee jongens uit het middelbaar die door de leerkrachten hier ‘the mentally retarded’ genoemd worden. Bij Chiameziam bemerk je snel zijn problematiek door zijn uiterlijk, zijn gedrag, de manier waarop hij loopt en hoe hij spreekt (of juist niet spreekt). Amanze kwam zeer nerveus over en stotterde. Ik weet niet of dit door mij of door de situatie kwam of niet. Beide jongens zou ik op vrijdag terug zien, alhoewel Chiameziam geen woord gezegd had en ik eerlijk gezegd geen idee had hoe ik met hem in gesprek kon treden doordat hij geen engels spreekt.
Woensdag, net toen ik wou vertrekken naar school, kwam Clara met het fantastische nieuws dat mijn tweede zak aangekomen was. Daardoor was ik 5 minuutjes later op school. De moeder van Patience stond me er op te wachten en zei dat ik te laat was en vond allerlei redenen uit waarom: het weer, de warmte, de vochtigheid, … alhoewel ik haar net gezegd had dat mijn bagage toegekomen was. Misschien had ik beter gewoon gezegd dat ik al op het afrikaanse uur leef? :) Tante Madeleine wou me zien i.v.m. Patience. Ze had twee leesboekjes die ze de moeder aan zou raden om te kopen en tante zei me ook dat de moeder gevraagd had hoeveel ze me moest betalen, want geld bleek voor dit gezin geen probleem, had de vader gezegd. Ik zei dat ik geen geld wilde, maar dat ze beter hun geld zouden uitgeven aan een logopedist. Zij zijn gespecialiseerd in het helpen aanleren van spraaktechnieken e.d. en het zou mijn begeleiding uiteindelijk ook vlotter doen verlopen.
Omdat de videozaal bezet was, mocht ik de hal boven gebruiken. Dit is een open ruimte met een podium waar veel licht binnenkomt en een tafel en stoelen voorzien zijn, maar vooral weinig lawaai. Ideaal dus, vanaf nu kwam ik altijd naar hier werken.
Daar Patience weinig engels verstaat, is het moeilijk om zaken uit te leggen. Ook kan ze zaken zelf niet benoemen en aanwijzen, ookal leg ik het met handen en voeten uit. Ook haar vinger zelf vastnemen om zaken aan te wijzen werkte niet, ze leek mijn bedoelingen niet te vatten of over te nemen. Dit was de eerste keer dat ik echt gefrustreerd raakte, maar ik trooste mezelf met het feit dat het door herhaling uiteindelijk wel zou werken.
Op woensdagnamiddag vanaf 14 uur is er club in de middelbare school. De kinderen hebben dus geen vrije namiddag, maar mogen een vak kiezen die dan op een andere, creatievere manier benaderd wordt. Zo heb je science-club, French-club, debating-club, … Ik sloot aan bij de music-club. Doordat de muziekleeraar wat in vertraging was, kon ik kennismaken met de leerkrachten van de band-club. Zij geven blokfluit en trompet. Van de twintig leerlingen die blokfluit volgden, hadden 4 leerlingen een blokfluit bij. Eerst stond ik er niet echt bij stil, maar daarna bleek dat alle leerlingen een blokfluit gekregen hadden en ze gewoon ‘vergeten’ waren. Daarna ging ik mee met de muziek leerkracht en zei dat ik zou observeren. Ze zongen een lied in Ipbo [lees: Ibou], de locale taal hier. Zonder enige hulp van een instrument ging de leerkracht aan het werk. Hij zong zowel de mannenstemmen als de vrouwenstemmen, door zijn stem op een vreemde (en grappige) manier te vervormen. Hij sprak me aan over het feit dat zijn les 1 grote handicap heeft, namelijk dat hij geen keyboard had om de tonen te vinden. Ik zei dat ik met Chidi een keyboard zou aankopen en hij dankte en zegende me.
Donderdagochtend zag ik opnieuw Patience en in de namiddag heeft het lager club. Hier volgde ik ook de muziek club, maar was er zwaar in teleurgesteld. De leerkrachte had zo een enthousiasme maar kon het niet overbrengen naar al haar leerlingen. Ze had geen autoriteit en daardoor zong slechts minder dan de helft van de groep mee. Sommigen zaten van in het begin gewoon al klaar met hun rugzak op hun rug om de klas te kunnen verlaten. Ook werd meer dan een half uur tijd verspilt aan het overschrijven van tekst van het bord. Dit was de eerste keer dat ik me slecht in mijn vel voelde, omdat ik weet wat mijn tante van de school en de lessen verwacht en ik hier niets van in kon terugvinden. Ik heb dit op een voorzichtige manier proberen aan te brengen bij tante en was zo opgelucht toen ze onmiddellijk ook teleurgesteld reageerde. Ze begreep mijn gevoel en deelde mijn meningen. Ze sprak Chidi hier ook over aan en hij zei dat de leerkrachten de club niet serieus nemen. Ze zou de leerkrachten samenroepen en er zou vergaderd worden, want de clubs moeten terug opgewardeerd worden.
Deze donderdag maaktte ik ook voor het eerst kennis met de corruptie van de overheid. Helaas heb ik niet met eigen ogen kunnen meemaken wat gebeurd is, maar de gevolgen ervan waren over heel
Orlu Road zichtbaar. Een goed jaar geleden heeft de overheid alle straatverkopers verplicht een ‘clean & green’ zeil over hun tent te hangen. Iedereen kocht deze dus, want als ze hun eigen zeilen bewaarden moesten ze een boete betalen. Nu donderdag hebben overheidsmensen alle ‘clean & green’ tenten komen afbreken, of de eigenaars moesten een boete van 4000 Niara betalen en kregen daarmee uitstel tot ‘s avonds om het zeil te verwijderen. De straten liggen nu dus vol met kapotgescheurde zeilen en in elkaar gezakte kraampjes. De verkopers hebben nu enkel nog een paar houten balken over en niemand heeft een idee waarom.
Orlu Road
Vrijdag haalde ik Chiameziam uit zijn klas. Tante wijsde mij erop dat hij eigenlijk naar een beroepsschool zou moeten, maar nog te jong is en echt heel graag naar school wil komen. Ze zei ook dat de moeder niet veel verwacht, maar wel graag zou hebben dat hij zou leren schrijven, minstens toch zijn naam. Ik wou met hem werken in het videolokaal, omdat hij niet zo goed kan wandelen. Toen ik naar binnen ging, liep hij terug naar buiten en ging de trap omhoog. Hij luisterde niet toen ik en de leerkrachten hem riepen, dus ging ik hem achterna maar kon hem niet vinden. In de hal ontmoette ik Andy, hij zei me dat hij waarschijnlijk naar de toiletten gelopen was, wat ook zo bleek. Andy is de klusjesman die de hal aan het opknappen is (en zelf ook best wel knap is, haha). Uiteindelijk ben ik dan met Chiameziam in de hal gebleven. Ik begon met hem zijn naam in blokletters aan te leren. Hij was enorm enthousiast en deed dit vrij vlot. Handschrift was een heel stuk moeilijker, vooral bij de ‘e’ bleven we hangen, omdat hij telkens naar de verkeerde kant zijn krul maakte. Ook had hij het moeilijk een letters te schrijven zonder zijn pen op te heffen, maar ik was toch trots op hem. Ik wou hem duidelijk maken dat ik hem volgende week opnieuw wou zien, maar Chiameziam verstond me niet. Toen kwam de hulp van Andy goed van pas, hij vertaalde alles voor me naar Ipbo.
Met Patience herhaalde ik opnieuw alle woorden en het alphabet. Daarna had ik mijn eerste afspraak met Amanze. Hij vroeg me hem te helpen bij het doornemen van een tekst, maar ik had jammergenoeg maar weinig tijd omdat Henrietta (directie kleuterschool) naar de markt wou vertrekken.
Op de markt kochten we, naast onze boodschappen, kleine stoeltjes en tafeltjes voor de kleuterklasjes. De markt op zich was gigantisch, net een dorp op zich. En doordat het weekend begon was het enorm druk. Ik heb er dingen gezien en geroken die ik nog nooit eerder beleefd had. We hebben er drie uur rondgelopen en ik ben wel door 100 mensen nagefloten, begroet of nagefloten (of sjilpen) geweest. Dat nafluiten is hier eerder een manier om je aandacht te trekken en het is ook niet echt fluiten wat ze doen, maar eerder sjilpen. Het doet me denken aan het geluid dat mijn papa maakt wanneer hij een zoen achterdoet, door je lippen op elkaar te zetten en lucht naar binnen te zuigen. Na drie uur in de zon tussen al dat eten, die kleren, plastiek voorwerpen, schoenen, kruiden, wasproducten, rattenvergif, make-up, fruit, boeken, enz bracht een man onze boodschappen naar de auto in een kruiwagen. Thuis onmiddellijk richting de douche, om alle markt-geuren die aan me blijven hangen waren af te spoelen.
Op de weg naar huis was ergens een deel voetpad afgezet. In het midden lag een vrouw op de grond, met haar gezicht bedekt. Toen dacht ik aan wat mijn ouders me verteld hadden, dat ze geregeld een lijk gezien hebben. Maar nu komt de politie er gelukkig bij, alleen zouden ze misschien beter hun eigen 'clean & green' zeilen zelf betnuttigen om lichamen onder een tent af te schermen...