maandag 1 februari 2010

Week 2 (23-29/01/2010)

“I will marry you.”

Zaterdagochtend werd ik gewekt met de slagzin: “Auntie, please come and see how we kill the chicken.” Vrijdag had ik gevraagd of ze me zouden roepen wanneer de kip zijn hoofd zou gaan verliezen, zaterdagochtend was het dus zo ver. Kleren aan en naar beneden met de camera in de handen. Ik wou het filmen, maar door de verhalen die ik me nog herinner van in de tijd dat mijn pepe zijn kippen slachtte, hield ik een veilige afstand. Jammer genoeg geen kip zonder kop zien rondhuppelen, maar toch een vreed zicht, zeker omdat de (tweede) jongste van het huis, Anthony, de nek opensneed zonder enige moeite.

Over de middag vroeg tante me of ik met haar mee wilde naar een trouw. Al had ik eigenlijk nog een boel werk, neem ik zoveel mogelijk van de uitstapjes mee. Chioma zou vandaag ook terug naar school vertrekken en reed met ons mee, zodat Damien haar verder kon afzetten op een bus richting haar universiteit. Het feest vond plaats bij het Concorde Hotel, waar mijn neef Ilya en zijn vriendin Ruth tijdens hun verblijf in Nigeria wekelijks gingen zwemmen. Wat tante me niet op voorhand verteld had, was dat deze trouw het huwelijksfeest was van een van de oudste en rijkste families in Nigeria. Mijn idee dat ik voor ogen had over een lokaal dorpsfeestje, stelde niets voor bij wat ik te zien kreeg. De gigantische tenten, die een ganse parking innamen, waren versierd tot in de puntjes. De twee grootste tenten waren voor de gasten, zo een duizend-tal Afrikanen. Iedereen was er prachtig gekleed, maar de meeste vrouwen hadden duidelijk last van overgewicht. Hier was geen armoede of honger te spotten. Tante en ik namen plaats bij enkele van haar kennissen en de obers overrompelden ons met een mand vol bier en frisdrank, die ze begonnen uit te laden op onze tafel. Een andere man bracht voor iedere tafel twee flessen wijn en een schuimwijn, en geloof me, geen flessen van 2 euro uit de nachtwinkel. Alle stoelen waren net zoals de tafels en de tenten versierd met paarse en lila linten. In  het midden van iedere tafel stond een taart (peperkoek-achtig) bedekt met verharde witte suiker en opnieuw versierd met paars en lila, verpakt in een lila folie met een paarse strik. Ook lagen er een soort koekjes en chololadetruffeljes op de ondertussen overvolle tafel.
Toen het vers gehuwde koppel aankwam en over de rode lopen naar hun tent liep, ging hun dichtste familie naar hen toe om rond hen te dansen. Het koppel had een eigen tent tussen de gast-tenten. Tussen de speeches door speelde een live-band en toen het koppel voor de tweede keer aan het dansen ging, gingen de familieleden er opnieuw heen en wierpen hen geld toe, die de jongsten van het tapijt opraapten en verzamelden in gigantische shopping-bags. Voor alle gasten, was een geschenk voorzien, die de bruidsmeisjes uitdeelden. Alle vrouwen aan onze tafel kregen elk twee longdrink glazen. Toen de obers rondkwamen met gigantische borden vol eten, vroeg ik me af of er ook kinderporties te verkrijgen waren. Bergen eten passerden me en het merendeel van de borden die terugkeerden was nog niet half benuttigd. De taart op het midden van de tafel was het dessert. Toen wij tante klaar was om terug naar huis te vertrekken, koos een andere vrouw de ervoor de fles wijn die nog niet op gedaan was mee naar haar huis te nemen. Dit gebeurd altijd, zei tante. Er wordt immens veel eten weggegooid en alle overige drank verdwijnt in handtassen. Een feest als dit zou in Belgie stukken van mensen kosten en al ben ik in Afrika, nog zou ik de rekening –van dit bijna festival–niet willen zien.

Op zondag ging Chidi naar de zus van nonkel Donna. Zij wonen in het dorp, Orlu, wat ze hier ‘the village’ noemen. Ik vroeg of ik mee mocht en Chidi was tevreden met mijn gezelschap. Chidi is meer een Amerikaan dan Nigeriaan. Hij praat als een Amerikaan en heeft er ook de humor van mee, dus ik kan goed met hem zeveren. De hele auto-rit hebben we zitten lachen. Telkens als ik ergens een andere mening over deelde of hij geen staart meer kreeg aan zijn fantastische verhaaltjes waardoor ik met hem moest lachen, zei hij: “I am the man!” Dat is zijn antwoord op haast alles, waarna hij een zelf in de lach schiet.
Op de weg naar Orlu passeer je eerst duizenden bomen waarlangs kinderen fruit en noten verkopen. Chidi kocht Cashew nuts. Die bakken ze hier en verkopen ze in lege rum- (of andere drank-) flessen. Doordat ik in de auto zat, verhoogden de meeste al onmiddellijk hun prijs, maar doordat Chidi de prijzen kent, gaf hij niet meer uit dan nodig.
In het dorp maakte ik kennis met Chidi’s tante en oom, waarna hij me meenam naar het huis waar zijn eigen moeder woonde. Ik wist dat 8 van de 9 kinderen van tante geadopteerd waren, maar verder niets. De moeder van Chidi woont naast het huis dat oom Donna aan het bouwen was voor hem en zijn gezin. Hij is voor dit huis begraven en Chidi zou het huis graag afwerken wanneer hij er de tijd voor vindt. Op het graf van oom Donna, staat een levensgroot beeld van hem. Op de terugweg kochten we nog een paar flessen Cashewnoten, maar voor bananen gaven ze zo’n hoge prijs dat Chidi ze er mee uitlachte en we banana-loos naar huis terug reden.
Clara had dit weekend een soort astma aanval gedaan, waardoor ze sinds vrijdag met een naald in haar arm liep en twee keer per dag een shot moest krijgen in een prive-ziekenhuis. Zondagavond besloot ik met haar mee te gaan. De verpleegsters vielen Clara lastig met duizenden vragen over mij en een ervan zei: “I will marry you!”, in de zin van: ik ga je uithuwelijken aan mijn zoon. Toch klinkt het vreemd als je dit te horen krijg, al was het niet meer de eerste keer dat dit me overkwam. Ik vind het zo vreemd dat moeders hun zonen zitten te promoten bij een compleet vreemde. De andere verpleegsters lachten en maakten er gelukkig grapjes over. Ik en Clara zeverden wat mee. Aan de vrouw die aan haar zoon wou voorstellen vroeg ik hoe oud ze dacht dat ik was. Ik had al verschillende keren gemerkt dat Afrikanen me nog meer jonger in schatten dan de meesten me in Belgie inschatten. “Thirteen?” Ik kon niet meer van het lachen: die onbekende vrouw zou een dertien jaar oud meisje aan haar –waarschijnlijk in de dertig jaar oude- zoon voorstellen. Minder grappig was dat Clara ontdekte dat het medicijn dat ze in haar arm spoten net over datum was. Ze zei er iets op, maar de verpleegsters zeiden dat het nog zes maanden goed was. Clara gaf hen gelijk en zei tegen mij dat ze van haar moeder wist dat de datums inderdaad zes maanden vroeger aanduiden dan hun werkelijke vervaldatum. Normaal moet Clara een uur wachten, maar na een klein half uurtje voelde Clara zich goed genoeg om terug te keren naar huis.

Maandag 25/01 = gelukkige verjaardag papa! = 54 jaartjes jong!

Maandag zag Clara er al stukken beter uit, maar ging nog niet gaan werken. Ik de moeder van Patience gevraagd langs te komen op school om bepaalde zaken voor haar te vertalen. Meer dan een half uur te laat arriveerde ze en ik toonde haar hoe moeilijk de communicatie verliep tussen Patience en mezelf omwille van de taalbarrière. Om 11 uur had ik een afspraak met Grace Opara, zij is de moeder van het jongetje waar mijn tante Lieve en Pascal de studiebeurs voor willen betalen. Grace heeft 7 kinderen en wil al haar kinderen naar de New Laetare School laten komen, ookal wonen ze niet dichtbij. Het zoontje, Chiagozie-e Opara, kan zal in september starten in de kleuterklas. Door het verkeer kwam Grace pas rond 12 uur aan. Het jongetje is een schattig klein mannetje en had een mooi beige pakje aan. Ik stelde voor om reeds het nodige schoolmateriaal aan te schaffen, zodat hij volledig in het nieuw school kon starten. We kochten reeds het schooluniform en de sportkleertjes. Grace zou met Chiagozie-e naar de markt gaan om een rugzakje en nieuwe sandalen.Toen ik thuis kwam na school voelde Clara zich prima, omdat ze haar laatste shot had gekregen en de naald uit haar hand was. Ze zou terug kunnen werken, maar moest zoveel mogelijk stoffige ruimtes vermijden, terwijl de middelbare afdeling waar zij les geeft nog steeds in constructie is en de vloer haast niet zichtbaar is onder het zand en de stof. Clara wou haar genezing vieren en deed er alles voor om het huis uit te geraken. Ze nodigde me uit mee ijs te gaan eten in Chicken Republic. Ja, ook in Nigeria zijn er fast-food ketens. We overtuigden tante om ijs te mogen gaan kopen bij Mr. Biggs en terwijl –maar dit mocht tante van Clara niet weten- maakten we een tussenstop bij CR. Clara was dolenthousiast om mij op het openbaar vervoer te steken, ze vond het spannender dan ik zelf. Openbaar vervoer hier zijn ofwel taxi’s die een soort ‘hop-on-hop-off’ systeem hanteren, ofwel een soort van Rickshaws (zoals ik ze in India leren kennen heb), maar hier Keke’s genoemd worden. Samen met Emanuella gingen Clara en ik op stap. We namen een taxi en nadat nog een man erbij kwam zitten, stapten we niet veel verder uit aan de Chicken Republic. Soft-ijs! En zalig lekker ook nog! Na jaren goeie ervaring met onze eigen ijs-machine en mindere ervaringen met andermans soft-ijs, wist ik dat deze machines salmonella-kwekerijen waren als ze niet onderhouden waren. Clara stelde me gerust met het feit dat ze ze dagelijks uitkuisen en doordat de zaak op een generator draait, moest ik er ook niet mee inzitten dat het niet gekoeld bleef. Na het nemen van een paar foto’s als bewijs staken we de straat over richting Mr. Biggs. Dit is een soort mini Mc. D. waar je ook schepijs in dozen van 1 liter of een halve liter kan kopen. Na de rit terug met de taxi, gingen we aan tafel en aten nadien dessert alsof ik voor de eerste keer in die anderhalve week ijs gezien had.

Na het eten bracht tante het nieuws dat er morgen een vriend van Pieter zou aankomen. Vorig weekend kwam Clara binnen met een pak formulieren die Pieter doorgemaild had i.v.m. een vriend van hem die stage wou doen in de school van tante Madeleine. Doordat er lang in huis geen internet geweest was, had Clara dit te laat gezien. Vreemd genoeg maakte het blijkbaar niet uit dat zijn stage periode al begonnen was en op een of andere wijze heeft deze jongen zijn uitnodiging, visum, inentingen en alle andere nodige papieren in orde kunnen krijgen in nog geen week tijd. En dan te bedenken dat ik mijn reis meer dan 6 maand heb voorbereid en er al meer dan 6 jaar van droom… Nu, vanaf morgen zou ik dus niet meer de enige jonge Belg in huis zijn.

Op dinsdag ontmoette ik voor de eerste keer mijn nieuwe leerling Prince. Het hoofd van het lager had me een lijst met namen gegeven van kinderen waar de leerkrachten moeite mee hadden. Op het goed gevoel had ik hem er als eerst leerling uitgekozen. Hij ging mee met mij naar boven in de hal en liet me kennismaken met zijn uiterst schattige lach. Eenmaal we neerzaten en ik hem enkele simpele vragen begon te stellen, verdween de lach op zijn gezicht en blokkeerde hij. Hij keek overal rond, uitgezonderd naar mij. Af en toe knikte hij of lachte hij, maar er kwamen geen woorden over zijn lippen. Na hem een boel kansen te geven iets over zichzelf te vertellen of zijn familie besloot ik er misschien een beloning aan te koppelen, maar nog steeds bleef hij zwijgen. Misschien moest ik het dus wat strenger aanpakken om te tonen dat hij me serieus moest nemen en me niet respectloos kon behandelen. Ook dat haalde niets uit.
In de kamer naast de zaal waar wij zaten, was Eukeria (die bij ons in huis woont met haar baby) les aan het geven aan de kleutertjes. Ik zei dat we er anders eens heen zouden gaan om te kijken hoe goed de kleine kindjes hun best deden. Toen hij weigerde mee te gaan begon hij te huilen, maar het kwam van veel dieper waardoor het niet leek alsof hij huilde omdat hij mee naar buiten moest met me. Hij smeet zich op de grond en riep allerlei dingen uit, waardoor Eukeria en haar collega zelfs kwamen kijken wat aan de hand was. De eerste vijf minuten was Prince niet te kalmeren. Hij kroop weg en zat duidelijk emotioneel in de knoop. Uiteindelijk kon Eukeria hem uit zijn furie halen en kreeg hem terug op zijn stoel. Ik legde Eukeria uit dat ik alleen een paar simpele vragen gesteld had, zoals zijn naam en hoeveel broers en zussen hij had, maar hij niet antwoordde. Eukeria pakte hem op haar eigen manier aan en het was duidelijk dat hij haar kende en vertrouwde. Ik was duidelijk op de verkeerde manier van start gegaan bij deze jongen, maar bij geen een enkel van de andere kinderen had ik al een respectloze houding tegen gekregen, omdat respect hier juist heel belangrijk is. Ten slotte gaf ik Prince een blad papier mee met daarop: name, name mother, name father. Ik gaf hem een balpen en zei dat hij het me ingevuld kon terugbrengen wanneer hij zich beter voelde en er klaar voor was. Tien minuten later was ik met Patience bezig, toen een jongetje met een gigantische glimlach het lokaal binnenkwam. Ik herkende hem eerst niet, maar het was Prince die me mijn blad ingevuld terug kwam geven. Het was een volledig andere jongen en het verdriet dat daarnet zo duidelijk op zijn gezicht aanwezig was was compleet verdwenen. Ik zei dat hij voor morgen mocht kiezen wat we zouden doen, want ik wou het over een andere boeg gooien om zijn vertrouwen te winnen. Een lossere, ontspannen omgeving leek me daar de ideale situatie voor.

Dinsdagnamiddag kwam Chidi me ophalen, we gingen instrumenten kopen. Vorige week kreeg ik van Chidi het fantastische nieuws dat ik een lokaal ter beschikking kreeg om te gebruiken als muzieklokaal en bureau. Chidi zag het hele muzieklokaal-gebeuren nog groter dan ik: hij wou een volledige uitrusting kopen voor een groep, zodat ze er ook mee konden optreden e.d. We gingen met de schoolbus en de chauffeur Sonny was al even enthousiast al Chidi. Sonny kent wat af van muziek, maar zou zich voornamelijk bekommeren over technische zaken. Onderweg vertelde Chidi mij dat hij de vriend van Pieter in Port Hacort zou gaan ophalen, maar er niet blij mee was. Blijkbaar had Pieter niet alleen tante Madeleine op het laatste nippertje ingelicht over haar toekomstige gast, maar had Pieter dit ook niet aan Chidi meegedeeld. Gevolg: Chidi wist sinds deze morgen pas dat hij de jongen moest ophalen. Bijkomend gevolg was dat het in Port Hacort niet veilig is om ‘s nacht te rijden, zeker niet met een blanke persoon bij je. Er is wel genoeg bewaking, maar daarnaast is er ook genoeg corruptie. Chidi zou er dus een nachtje overnachten op hotel, maar was bezorgd om zijn bar.
Voor we geld gingen afhalen, zou Chidi eerst een prijs laten maken van al het nodige. We gingen naar een klein winkeltje, volgepropt met dozen die vol zaten met allerlei instrumenten. Ik was verbaasd te zien wat de verkoper allemaal te voorschijn kon halen uit zo een kleine ruimte. De meeste instrumenten zijn van onbekende merken, maar de keyboards waren stuk voor stuk Yamaha’s. “Fake” zou je denken, maar hier houden mensen niet echt zoveel rekening met merken als wij Belgen. Ik koos voor het model dat de nieuwere versie is van mijn keyboard, omdat je er floppy-disks (ja, die bestaan hier nog) in kunt stoppen met MIDI-files. Toen we een lijst hadden met onze benodigdheden en een optelsom van de kosten, gingen we naar de bank. Om de bank binnen te gaan, moet je in een soort van koker stappen, net alsof je in een ronde douchecel stapt, en wachten tot de deur achter je dichtgaat alvorens je er aan de andere kant kunt uitstappen. We pikten het geld op en keerden terug om alles in te laden. Uiteindelijk gingen we met die keyboard, een volledige drum-set, twee conga’s, twee micro’s, een draadloos micro-systeem, twee klassieke gitaren, een elektrische gitaar, een bass-gitaar, een versterker, twee speakers, alle nodige kabels, statieven en een mengpaneel naar huis. In het totaal kwam dit op bijna 680.000 Niara uit. Een grote som, maar een noodzakelijke investering. Die verkoper zijn dag was waarschijnlijk goed, of laat ons zeggen: zijn komende maanden. Sonny zou alles gaan uitladen op school, zodat we het in de loop van de week konden opstellen. Volgende week zou ik dan de band-leerkracht ontmoetten waarmee ik samen zal werken om een muziekgroep op te stellen.

Woensdag zou ik opnieuw aansluiten bij de band-teacher. Ik had enkele zaken voorbereid en wou de kinderen samen met hem begeleiden. Daar het vorige week duidelijk was dat blijkbaar veel kinderen het niet nodig vinden hun fluit mee te brengen naar de fluit-les, had ik een lijst opgesteld waar ze hun namen zouden noteren en konden aanduiden of ze hun fluit wel of niet bij hadden. Doordat het hoofd van het middelbaar blijkbaar naar iedere klas langs gegaan was om de leerlingen te waarschuwen, had dit keer slecht 1 leerling zijn blokfluit niet bij. Minder nieuws was dat er slecht acht leerlingen waren voor fluit. De trompettist-begeleider was er niet en toen de band-teacher koos met hen te beginnen, besloot ik dan de blokfluit les over te nemen. Ik riep mijn acht jongens en ging naar het lokaal ernaast. Ookal warden we geregeld gestoord door het overlappende geluid van de trompetten en nieuwsgierige leerlingen, toch ging het lesgeven heel vlot. Ik bracht hen wat bij over notenleer, melodie, dynamica en ritme. De jongens waren heel enthousiast en speelden vlot de liedjes die ze reeds kenden. Op een bepaald moment vroeg een van de jongens of ik hen een liedje kon aanleren. Daar ik er niet op voorbereid was, keerde ik me tot de muziekleraar. Ik vroeg hem naar mijn boeken die hij vorige week in de bibliotheek geleend had. Blijkbaar had hij ze al terug gebracht. Jammer, maar ik had het ergens wel verwacht nadat hij me gezegd had dat hij geen noten kon lezen. Terwijl ik een leerling van wie haar club-les er al op zat om het eerste boek stuurde, leerde ik de jongens een liedjes dat ik als kind - ik denk in het vijfde of zesde leerjaar - geleerd heb van mijn mama. Het is me altijd bijgebleven en doordat het wat Oosters klinkt en de kinderen een titel vroegen voor het nummer, noemde ik het “The Indian Song”. Ik was tevreden over mijn les en ben blij dat ik de kinderen wat had bijgebracht. Zij bleken ook tevreden, maar volgende week zou ik rondgaan van klas tot klas om nog meer reclame te maken voor deze club.

Op donderdag volgde ik de music-club. Ze hadden mij gevraagd het grotendeels over te nemen, maar doordat ik besef dat ik hier maar voor enkele maanden ben, maak ik steeds duidelijk dat ik wil helpen en zal ondersteunen waar nodig. Ik sprak dit ook af met de zangjuf en zei dat ik haar zou helpen, maar op haar hulp rekende. Uiteindelijk heeft zij al deze maanden de kinderen liederen aangeleerd die voor mij onbekend zijn. Ook ken ik weinig tot geen Engelse kinderliedjes noch Engelse godsdienstige liedjes. Het doel was een koor op te starten en daarvoor was mijn eerste en grootste aanpassing: veranderen van lokaal. Ik wou een herhaling van vorige week vermijden en stelde daarom voor naar boven te verhuizen, in de hal, waar geen afleiding was door geluid noch door de omgeving. Iedereen liet alles liggen buiten hun schriftjes en hun flessen water.
Aangekomen in de hal verdeelde ik de groep kinderen in twee rijen, wat langer duurde dan ik verwacht had. Ik deed wat opwarmingsoefeningen met de kinderen en legde uit waarom dit belangrijk is voor de verzorging van je stem. Daarna liet ik autie Bernice overnemen, omdat zij de kinderen al een hoop liedjes had aangeleerd. Ik onderbrak hier en daar om meer dynamiek in de nummers te steken of de jongens en meisjes apart te laten zingen. Het nummer ‘Que sera‘ was daar ideaal voor. Na de pauze liet ik kinderen een opname van ‘Oh Happy Day’ horen en ze waren allemaal enthousiast om dat nummer te leren zingen. Volgende week zouden we er mee starten.

Vrijdagochtend zag ik opnieuw mijn studenten en Kristofer hielp me met de studiebegeleiding van twee jongens. De moeder van Patience kwam langs met een zak vol bananen en een ananas om mij te bedanken. Omdat mijn bureau en tevens muzieklokaal nog niet opgeknapt was, koos ik ervoor in de namiddag terug naar school te komen. De school stopt om 13uur en rond 14uur keerden Kristofer, Anthony, Otshechy en ik terug. Omdat de vloer bedekt was met kilo’s stof en vuil, wou ik dit eerst mijn kamer uit. Eerder deze week had ik de instrumenten al gaan afdekken, maar toen ik nog geen uur later terug ging waren de dozen al weer van de speakers afgehaald en de micro’s terug uitgesteld. Daar naar mijn weten Sonny de enige is met een sleutel, zal hij waarschijnlijk alles klaar willen zetten hebben om uit te testen. Alleen begreep ik niet waarom hij alles dan niet opnieuw kon afdekken, wat met de werken op de tweede verdieping kwam er nog immens veel stof naar beneden, laat staan brokjes steen. We haalden de instrumenten uit het lokaal en stoften het eerst uit, waarna we het dweilden. Ondertussen was Sonny gearriveerd om de installatie uit te testen, omdat de elektriciteit in het lokaal aangelegd was. Hij keek maar een beetje vreemd en het stond hem precies niet te veel aan, maar ik had hem verteld dat ik het sowieso eerst wou uitkuisen voor ik de instrumenten uitlade. In mijn ogen moet deze investering zo lang mogelijk meegaan en dat kan alleen in een zo proper mogelijke ruimte. Uiteindelijk hielp Sonny mee opkuisen en terug alles opstellen. Verschillende zaken waren verkeerd opgesteld en in elkaar gestoken, zoals de drum. Ook merkte ik dat het piano statief geforceerd in elkaar geschroefd was waardoor het niet toegeplooid kon worden. Ik toonde dit aan hem en het stond hem waarschijnlijk opnieuw niet aan. Hij zei: “Dit is Nigeria, dit is hier zo.” Dikke zever, dacht ik luidop (de engelse vertaling hiervan kun je waarschijnlijk wel raden). We moesten alleen de truc vinden om het correct in elkaar te steken, maar terwijl brabbelde Sonny maar wat in Ipbo tegen enkele anderen die stonden te kijken hoe ik dit ging oplossen. Na enkele pogingen slaagde ik erin en toen Sonny opnieuw in Ipbo begon zei ik: “English please”. Op school en in huis vergeten de kinderen soms dat tante en ik geen Ipbo verstaan en ik heb door de weken heen geleerd dat je er gerust op mag wijzen dat ze zichzelf moeten vertalen. Ookal weet ik dat Sonny goede bedoelingen heeft, hij moest aanvaarden dat ik het gewoon was om met muziekinstrumenten en -installaties om te gaan. De manier waarop hij mij behandelde gaf hij me precies geen ruimte (lees: vrijheid) om het lokaal op te stellen. Ik kon het niet verdragen dat ik in zijn ogen een onwetend meisje was en eiste wat meer respect. “Typisch” zullen vele van de lezers van mijn blog denken, maar mijn papa zal zeggen: “Een vrouw moet nooit onder doen voor een man.” Toen we de zaken terug aan het opstellen waren zei ik tegen Sonny dat ik zou helpen met de bedrading en bekabeling, en ik legde hem uit dat ik er al redelijk wat ervaring mee heb. Hij liet me mijn instrumenten opstellen en een per een verbond ik ze met het mengpaneel. Nog een verlengkabel en het was zover: klaar! Plots kwam er iemand het lokaal binnen en nam plaats achter de drum. Hij begon eraan te prutsen en op te spelen. Ik ging naar hem toe, excuseerde me en vroeg wie hij was. Nadat hij me zei een vriend van Sonny te zijn, probeerde hij me wijs te maken dat hij een leerling was op de school. Ik had er genoeg van en richtte me tot Sonny. Ik zei dat ik hem dankbaar was voor zijn hulp, maar dat hij moest begrijpen dat niet zomaar iedereen het lokaal in en uit kon wandelen. Ik wijsde hem op de grote kost van deze investering en dat ik er niet verantwoordelijk voor wou zijn als ik op een dag mijn lokaal zou binnengaan en moeten ontdekken dat alles verdwenen was. Sonny stelde me gerust dat na vandaag niemand onbevoegd nog het lokaal zou binnengaan. Ik was gerustgesteld, maar luchtte ‘s avonds toch eens mijn hart bij tante en Chidi. Ze gingen er mee akkoord dat ik de verantwoordelijke was en dat Sonny mij in die positie moest respecteren.

Flyer Benefiet

Flyer Benefiet
Flyer benefiet