“Deaf persons can do anything except hear.”
13 februari = Gelukkige verjaardag Nonkel Bernard!
Zaterdag zijn Kristofer en ik opnieuw gaan helpen in de French-club. De ganse dag is er geen zon geweest en het heeft duizenden liters geregend. Ideaal om het huis eens te laten afkoelen, waardoor iedereen, voor de eerste keer in maanden, zweetloos in slaap gevallen is.
Als bedanking van de leerkrachten die in de studio’s wonen, had tante een geit gekregen. Jammer genoeg houden ze die diertjes hier niet voor het plezier, maar voor hun vlees. Chidi en tante hadden Kristofer aangeboden de geit te slachten, maar ik geloofde er niet in dat hij dit zou doen.
Zondag was het Valentijn.Tante nam ons mee naar de Niger-wives samenkomst. Deze groep bestaat uit niet-Nigeriaanse vrouwen die getrouwd zijn met een Igbo-man uit het dorp. Iedereen bracht eten mee en zo was er een mengeling van voeding met roots uit Afrika , India , Zuid-Amerika en Europa. Clara had een prachtige taart gemaakt versierd met geglaceerd suiker. Toen we terug thuis waren, kwam uncle Sonny voorbij het huis met een gigantisch mes. Hij had net de geit geslacht en ondertussen waren de kinderen samen met Nnekka de geit in stukken aan het snijden, zodat ze het maandag konden klaarmaken.
‘s Avonds hield Chidi in zijn bar een Valentijns-avond voor koppels. Eens daar waren er voornamelijk mannen te zien, want er was nog voetbal op tv. Toch is het nog een drukke avond voor Chidi geworden, want het was 5 uur ‘s morgens voor hij kon sluiten.
Maandag besliste ik in een spontaan moment om mijn haar te laten invlechten. Ik wist als ik alles zou invlechten dat mijn hoofdhuid zou verbranden door de zon, dus koos ik ervoor om enkel de rechterzijde van mijn haar te laten invlechten. Auntie Sylvia woont in de studio’s naast het huis en durfde haast niet aan mijn haar trekken om het te vlechten. Doordat ze het te los deed nam een andere auntie over. Prachtig was het niet, maar eens een leuk probeerseltje.
‘s Avonds geit gegeten… maar ik waagde me aan niet meer dan een stukje. Tante zei dat het niet goed klaargemaakt was. Normaal moet het wat lijken op stoofvlees, maar mijn stukje vlees was heel taai en ik kon het niet snijden met mijn mes noch met mijn tanden. Ook had het vlees nog steeds dezelfde geur als toen het nog niet bereid was, je kon haast zeggen dat het nog stonk naar de levende geit. Eens iedereen gedaan had met eten, kwam de delicatessen van de avond op tafel: het vlees van het hoofd van de geit. Alles wat dus rond en in de schedel zit wordt in kleine stukjes gesneden, op een schotel verzameld en op tafel gebracht zodat iedereen een portie kan nemen. Kristofer en ik waren van plan om te delen, maar meer dan een knabbel van 1 klein stukje kregen we niet binnen.
Dinsdagochtend kwam meneer Ogbonna mij rond 10 uur oppikken om naar de Deafschool te gaan. We gingen naar de middelbare afdeling die slechts op een goeie kilometer verder in de straat van het huis van tante was. Het domein was immens groot en het zag er goed onderhouden uit.
Ik werd er verwelkomd door de directie en mocht haar een hoop vragen stellen alvorens ik rondgeleid werd. Ik kreeg een goed overzicht van de school, haar werkwijzen, leerkrachten en leerlingen. In de rondleiding kreeg ik alles te zien: de klaslokalen, de bibliotheek, de slaapzalen, de keuken enz. De school was is vrij degelijke staat, alleen waren er geen borden, maar werd er op de muren geschreven die geverfd waren met bordverf. Opvallend was dat de leerlingen me enorm respectvol behandelden, ik voelde me er echt welkom. Niemand staarde me aan, iedereen zei vriendelijk goeiedag en ze vroegen naar mijn naam zonder dat ik eerst als “oniotcha” werd benoemd. De school doet aan Total Communication en leert de studenten ASL (American Sign Language), wat ze hier verkort Amslang noemen. Ik kocht er twee boeken aan een van de studenten over ASL, omdat er een interessante geschiedenis over gebarentaal in staat. De ASL-gebaren verschillen natuurlijk enorm van de Vlaamse gebarentaal en meneer Ogbonna moest voor mij tolken, maar ik begreep de leerlingen wel toen ze naar mijn naam vroegen. Ze waren verwonderd dat ik een andere gebarentaal kende, maar het maakte hen ook gelukkig. Wat mij gelukkig maakte was toen ik toevallig een notieblaadje in mijn handen kreeg van the ‘Nigeria Deaf Football Association’. Onderaan stond geschreven: “Deaf persons can do anything except hear.” Het stelde me gerust dat een mentaliteit als deze heerste in de school en je kon zien dat de kinderen er gelukkig zijn. Ik beloofde terug te keren wanneer de dozen van DHL toegekomen waren. Als er genoeg voetballen opgestuurd zijn, zou ik er graag ook een aan deze school geven. Toen ik terug in de auto wou stappen, vroegen enkele leerlingen of ze met mij op de foto mochten. Nadat enkele van de kinderen een foto alleen wilden, kwamen steeds meer en meer leerlingen vragen om een foto. Daarom stelde ik voor om een groepsfoto te nemen, want als ik een per een met 350 leerlingen op de foto moest, zou ik nog een tijdje bezig geweest zijn.
Ondertussen had ik op de school gevraagd naar een logopedisch of speech therapist, die mij misschien kon helpen met Patience. Grappig genoeg bleek de gepensioneerde meneer Ogbonna de gespecialiseerde te zijn op dit terrein. Ik was dolgelukkig, eindelijk iemand gevonden, en dan nog iemand die tante persoonlijk kent en vertrouwt.
Toen ik rond 14uur terug naar huis ging, was ik net op tijd om afscheid te nemen van Kristofer. Ik had al verschillende keren aan Chidi aangeboden om met hem mee te rijden naar Port Harcord en zo kon ik dus de kans grijpen om ook eens die kant van Nigeria te bezichtigen. Een groot uur later waren we al op de luchthaven waar Kristofer zijn vlucht had om 19uur. Wij keerden rond 16uur terug, omdat Chidi op tijd in zijn bar moest zijn en je best niet in Port Harcord bent als het donker is. En zeker niet met een blanke, beweert Chidi.
Woensdag nam uncle Ogbonna me mee naar de lagere afdeling van de school. Deze school bevond zich dieper in het centrum van Owerri, maar was in een zeer slechte staat. De lokalen waren van elkaar afgezonderd door versleten houten planken en als bord gebruikten ze ook hier de muren, maar deze moeten dringend herschilderd worden. Deze lagere school ontfermt zich over kinderen met een verstandelijke beperking en kinderen met een auditieve beperking. De meerderheid van de klasjes bestond uit dove leerlingen, die me even vriendelijk verwelkomden. De directrice was niet aanwezig en daarom ontfermde de onder-directrice zich over mijn bezoek. Toen ik vroeg om foto’s te nemen, zei ze dat ze geen toestemming mocht geven zonder de directrice. Ik respecteerde dit en mocht in verschillende klassen een les bijwonen. Van de 6 klassen, waren slechts 4 leerkrachten aanwezig. Toen ik hiernaar vroeg hadden ze geen idee waarom en konden ze maar gokken dat ze waarschijnlijk naar de kerk waren. Toen ik alle klasjes gezien had en mijn bezoek aan het afronden was, kwam de directrice toe. Ze stelde zich voor en vroeg me naar mijn naam en waar ik woonde. Ze liet me weten dat ze zelf in Noorwegen gewoond en gestudeerd had met haar man en dat haar oudste zoon nu in de UK studeerde. Toen ik vroeg of ik foto’s mocht nemen, vroeg ze naar mijn studies. Ik voegde er uit mezelf aan toe dat ik de foto’s alleen zou gebruiken om aan de buitenwereld te tonen in welke staat de school vertoeft en dat het op die manier makkelijker zou zijn om de interesse te wekken bij mensen die mogelijks iets zouden willen doen om te helpen. Nadat ik enkele foto’s genomen had, kwam ze naar me terug en zei ze dat het goed was. De ouders van de kinderen met een verstandelijke beperking hebben niet graag dat er foto’s genomen worden, dus wou ze niet dat de ouders het te weten zouden komen. Bij het afscheid nemen vroeg de directrice me mijn naam en nummer op te schrijven. Zoals gewoonlijk geef ik mijn Belgisch nummer hier aan niemand. In de eerste plaats omdat ik hier nog tot april ben en ook omdat tante en Clara me er genoeg voor gewaarschuwd hebben. Toen de directrice zag dat ik mijn Nigeriaans nummer had opgeschreven, vroeg ze naar mijn Belgisch nummer. Ik zei haar dat ik haar mijn Nigeriaans nummer had gegeven omdat ik hier nog tot april was. Toen ze me opnieuw vroeg het te geven, probeerde ik zo vriendelijk mogelijk duidelijk te maken dat ik het niet kon geven, omdat ik het aan niemand mag geven. Daarop werd de vrouw boos en begon naar mij te roepen: ‘Wat doe jij hier? Je komt hier foto’s nemen en dan ga je weer weg! Wat kom je hier doen?” Ik verschoot ergens van het onbegrip, maar begreep dat ik misschien onbeleefd was overgekomen. Toch vond ik haar reactie ongepast, want ze wist goed genoeg waarom ik daar was en ik zei het dan ook tegen haar: “Ik ben hier om te helpen, maar als je mijn hulp niet nodig hebt, dan is dat ook goed.” Haar gezicht veranderde onmiddellijk. Ze gaf me gelijk dat ik niet aan iedereen mijn nummer zomaar kon uitdelen, en begon verhalen te vertellen over kidnappers (die volgens mijn weten niet veel zijn met een telefoonnummer – tot ze misschien de familie moeten opbellen ofzo voor losgeld) en over het feit dat ze in Noorwegen gestudeerd had om mijn vertrouwen terug te winnen. Ik was opgelucht dat ze niet meer boos was en begreep dat ik de foto’s niet genomen had om misbruik van te maken o.d. Toch had haar reactie in mijn ogen haar ware aard aan mij laten zien en zelfs de verhalen over haar studies in Noorwegen of haar zoon in Engeland konden dat beeld niet wissen.
Na het bezoek aan de school, keerden we terug naar de tante’s school waar ik Patience, haar moeder en meneer Ogbonna aan elkaar wilde voorstellen. De moeder was opgelucht en belde haar man, die verder alles zou regelen met uncle Ogbonna.
Toen ik snel een hapje was gaan eten, moest ik terug naar school voor de band-club. Deze keer kon ik eindelijk deftige zang-audities doen en de band leerkracht had hier ook een goed oor voor. Ondertussen had ik goedkeuring gekregen van de directie om tijdens de pauzes koor-repetities te houden. Daar ik de woensdagnamiddag niet op 4 plaatsen tegelijk kan zijn (fluit-les, muziekles, French-club of band-club) is het voor mij en de kinderen het interessants om tijdens hun lange pauzes te repeteren. Met het middelbaar repeteer ik de maandag en donderdag van 11.20u tot 12uur en in het lager de dinsdag en vrijdag van 10.30 tot 11uur.
Na school vroeg ik tante om naar het DHL bureau te gaan. Daar ik van Kurt wist dat de dozen die via DHL opgezonden waren al bijna een week in Nigeria aangekomen waren, wou ik naar het bureel van DHL om te vragen waar onze dozen bleven. Daar aangekomen moest ik mijn naam opschrijven. Ze zeiden dat de dozen sinds maandag aanwezig waren, maar er geen adres op stond. Ik bood aan om de code’s te geven, maar ik moest eerst bewijzen dat ik Yentl Ketelers was. Verstrooid als ik ben had ik er natuurlijk niet aan gedacht om mijn paspoort mee te nemen. Ik heb mijn passport toen ik aankwam in Nigeria veilig verstopt en ben het ondertussen al zodanig gewend om met niets in mijn zakken rond te lopen, dat ik er nooit aan gedacht had om het mee te brengen. Ondertussen zei tante tegen de jonge man achter de balie: “Maar je kent mij toch?” Blijkbaar kende hij de school en is hij klant in uncle Chidi’s bar. Toen een collega de dozen kwam tonen, ging ik er naartoe en zag ik dat de adressen er toch aangeplakt waren, samen met mijn Nigeriaans gsm-nummer. De uitleg waarom ze de dozen nog niet geleverd hadden veranderde naar: De naam (yentl ketelers) klopte niet met het adres, want ze weten dat de familie Chimah daar woont. Daarop vroeg ik hen waarom ze me dan nog niet opgebeld hadden? De man zei dat hij geen verbinding kreeg met het nummer. Vreemd, want dat zou de eerste keer zijn. Ik zei hen: “Bel het nummer nu en als mijn GSM rinkelt, dan ben ik Yentl Ketelers.” … “Oh, het is al goed hoor. Wil je gewoon hier tekenen?” Sommige situaties zijn hier echt onverklaarbaar, maar het beste van al is dat ik naar binnen gegaan ben met zo’n 20.000 NGN (mogelijke douane kosten e.d.) en ik er geen cent van heb moeten uitgeven. Bedankt Kurt!
Dat is veel geld gespaard voor de school en het project.
18 februari = Gelukkige verjaardag Jantje Sap!
Donderdag voormiddag had ik voor het eerst repetitie met mijn secondary choir. Een grote groep enthousiaste pubers kwam opdagen en ze zongen goed mee. Ik liet hen een kerk-liedje zingen, dat ik hen al verschillende keren had horen zingen, om op te warmen. Daarna leerde ik hen het refrein van ‘Killing me softly’. Enkele onder hen kenden het al, voornamelijk de jongens.
In de namiddag had ik muziek-club in de lagere school en ik kon er het nummer ‘Oh Happy Day’ met de kinderen afwerken.
Toen ik ‘s avonds naar mijn kamer ging en de lichtschakelaar op de muur zocht, hoorde ik een geluid in mijn kamer dat niet overeenkwam met mijn hand die over de muur wreef. Omdat de juffen en kinderen in huis onder mijn kamer slapen en ik met de ramen open slaap, dacht ik dat het waarschijnlijk gewoon van buiten kwam. Om te lachen riep ik naar Clara, die in de kamer naast mij bij Adako was: “Er zit iets in mijn kamer.” Ze peste me terug met: “Het is een rat! Een rat in je kamer!” Grappig genoeg stond ik een goeie 5 uren later aan haar bed en zei: “Clara, er zit echt een rat in mijn kamer.” Nadat ik al verschillende keren pootjes langs mijn kast gehoord had, was ik gaan slapen met mijn zaklamp in handbereik. Toen ik opnieuw iets vreemds hoorde, scheen ik met mijn zaklamp op mijn kast en zag ik daar een harig beestje zitten. Ookal wist ik al een hele tijd dat er iets in mijn kamer zat, nu ik het ding gezien had wist ik dat ik niet meer zou slapen, dus ging ik bij Clara gaan slapen.
Vrijdagochtend had ik voor het eerst repetitie tijdens de pauze met het lager. Een hele hoop nieuwe leerlingen kwamen meezingen en ik haalde de laatste foutjes uit het nummer. Ik had een vierstemmige versie uitgeschreven voor dit nummer, maar het niveau van het koor ligt nog te laag en ik blijf dus bij een twee-stemmige. Het grootste probleem bij de jonge kinderen is dat ze niet naar elkaar luisteren wanneer ze zingen. Ook hun concentratie speelt een rol en ter bevestiging van wat Sanne me gezegd had na haar musicale ervaringen in Malawi : hun gevoel voor ritme is hetzelfde als bij ons: sommigen hebben het, anderen niet. Hoe dan ook ben ik blij met het voorlopige resultaat en hoop ik dat we het binnenkort eens aan andere leerlingen kunnen laten horen.
Terug thuis ging ik met Nnekka mijn kamer gaan doorzoeken naar de rat, maar ze zei dat hij waarschijnlijk gevlucht was. Ik sloot mijn kasten en deuren uit voorzorg om te vermijden dat dit zicht opnieuw zou voordoen. Bleek dat de rat, die in feite een muis was, toch in mijn kast zat en ‘s nacht probeerde hij er dus zijn weg uit te eten. Ik zette het een en ander voor mijn kastdeur, waar ik de neus van de muis zag uitsteken en kroop terug in mijn bed.
Zaterdagochtend kwamen auntie Eukeria en Ochechi naar mijn kamer om de muis te doden. Met een stok in de aanslag, stond Ochechi klaar terwijl auntie Eukeria de muis achter de oude geluidsinstallatie (die in mijn kast opgeborgen staat) probeerde weg te jagen. Gelukkig voor het beest kon hij ontsnappen via mijn kamerdeur, maar ik sloot alles terug goed af voor ik naar beneden ging.
(correcte link!)