woensdag 31 maart 2010

Week 9 (13-19/03)

“Flog them”

13 maart = gelukkige verjaardag Nonkel Cis!

Zaterdag werd ik vroeg in de ochtend gewekt door een kanonschot dat de feesten van Akwakuma opende. Na even langs te gaan bij de French club, had ik in de namiddag repetitie met mijn koortje. Ik leerde hen ‘No Air’ aan, maar het ging wat minder vlot dan andere nummers omdat het ritmisch en melodisch eigenlijk niet zo simpel in elkaar zit. Toch waren ze blij met een meer hedendaagser liedje dat ze allemaal kenden.

Zondag heb ik de ganse ochtend bezig geweest met foto’s up te loaden met de laptop van Adaku. Na tientallen pogingen en uren wachtten,lukte het toch om de Abuja-trip er op te zetten. Ook boekte ik via het internet mijn vlucht terug naar Lagos, op 30 maart om 11.55 uur. Ik zou er tot 2 april bij Ifi verblijven en Lagos dus nog enkele dagen kunnen ontdekken. Doordat ik zo vroeg op voorhand geboekt heb, kwam de vlucht maar op 6.000 NGN uit (ongeveer 27 euro), dat is 11.000 NGN uitgespaard dan wanneer je in de luchthaven zou betalen. ‘
s Namiddags namen Adaku en Clara me mee naar Concorde Hotel. Dit is het hotel waar Ruth en Ilya verschillende keren kwamen zwemmen, maar ondertussen krijg je zelfs geen toegang meer als buitenstaander tot de buitenbar met zicht op het zwembad, zonder te betalen. Daarom gingen we een eindje verder naar een ander hotel ‘All seasons’. Daar dronken we iets bij het zwembad iets, maar de volume van de muziek stond zo hard dat we elkaar amper konden verstaan.
Eens terug in huis, vertelde tante ons dat we uitgenodigd waren bij de headmistress van de lagere school. Een super gezellige dame die altijd rondloopt met een aanstekelijke glimlach. Voor de anglicaanse kerk was het namelijk mother’s day en doordat het thuis bonen waren om te eten, was ik blij met het bord rijst met kip dat ik daar aangeboden kreeg. Tante en ik eten meestal brood als het bonen zijn, want ze hebben een vreemde smaak en geur die wij niet zo lekker vinden.

Toen ik me maandag klaarmaakte om te repeteren met de jongeren van het middelbaar, kwam de muziekleerkracht binnen om te zeggen dat hij even de keyboard wou gebruiken. Hij zei dat hij met een deel kinderen een lied wilde voorbereiden voor mijn vertrek. Vrijdag 26 maart zijn de examens voor de kinderen afgelopen en wil tante met de school afscheid nemen van mij. Tot zover was de inhoud dus nog een verrassing (maar nu jammer genoeg eentje minder, haha).
Over de middag ging ik met uncle Damien naar Oceanic bank om mijn ticket te gaan betalen. Doordat ik on-hold geboekt had, moet je binnen de 24 uren betalen. Een vriendelijke werknemer hielp me bij het verwerken van de storting en zo moest ik niet lang wachten voor alles in orde was. Toen ik hem een kleinigheid wou geven om hem te bedanken, weigerde hij. Maar ik zei dat ik het hem wou geven omdat hij het voor mij gemakkelijk gemaakt had en snel had doen verlopen, dus liet ik het liggen op zijn bureau.

Dinsdag had ik vroeg gedaan met mijn werk op school en doordat ik me tegen de avond begon te vervelen, ben ik naar Chidi’s bar geweest. Daar bestelde ik een bordje frietjes, maar het duurde dit keer bijna een uur voor ik ze te zien kreeg. Uncle Chidi had er ook plantene bij besteld, waardoor ik vol zat voor die avond.

Woensdag wou ik met de jongens die voor uncle Chidi’s French club dansen, gaan repeteren, maar ze zeiden dat er waarschijnlijk geen gebruik meer zou gemaakt worden van hun danskunsten. Jammer, maar ik zette toch maar wat muziek op en liet hen doen waar ze zin in hadden. Emanuel, die ook een van de dansers is, zei dat ze dachten dat ik ging blijven tot hun competitie voorbij was. “When is your competition?” vroeg ik. “In October.” Vele kinderen dachten dat ik voor een jaar op de school zou blijven, dus het was niet de eerste teleurstelling die ik te horen kreeg. “We will miss you, auntie.” zei Emanuel. Super om zoiets te horen en ik had het volledig niet verwacht, want deze jongen is een van de leidersfiguren op de middelbare school en heeft dus een imago te beschermen, dacht ik.
Toen ik voor de band club iets wou gaan kopieren aan de overkant van straat, kreek ik op mijn terugweg gegrilde plantene aangeboden van de auntie die elke dag gegrilde jam maakt. Een paar kraampjes verder vertelde ik mijn telefoonkaart-verkopende-auntie dat ik binnen een goeie twee weken zou vertrekken. Na een korte babbel bood ze me mango’s aan van haar buurvrouw en hier zeg je geen neen (en zeker niet tegen de mango’s hier).
Rond twee uur kwam auntie Clara me halen en zei dat de voetbalmatch zou starten. Het lager (Chidi’s team) speelde tegen het middelbaar (met de Twilight-outfit’s). De kinderen waren heel blij met de voetbal tenue’s en vele leerkrachten kwamen mij bedanken. Ookal waren de shirts met lange mouwen en wat aan de grote kant voor de meeste kinderen, toch droeger ze er bijna allemaal nog een shirt onder. Ik liet mijn club voor een groot half uurtje meekijken naar de match, maar rond half drie wou ik toch beginnen repeteren. Ondertussen kreeg ik van een meisje een zak met wortelen, die ze me van de primary headmistress moest geven. Zoals gewoonlijk kreeg ik mijn jongens weer makkelijk mee als mijn meisjes, maar uiteindelijke kwam iedereen toch opdagen. Nadat de band-teacher een zoveelste kerk-nummer aan de kinderen had aangeleerd, begon hij te merken dat de kinderen niet enthousiast zongen. Daarop kon ik het niet laten dan hem te vragen of de kinderen dit nummer wel wilden zingen. Ik zei hem dat ik geen probleem had met de nummers die hij hen aanleerde, maar dat hij moest leren een evenwicht te vinden tussen moderne muziek en gospels. Ik zei ook tegen de kinderen dat ze moesten leren hun mening zeggen, welke nummers ze wel en welke ze niet graag zingen. Club-time moet serieus blijven, maar dat betekent niet dat het niet leuk kan zijn.
Tussen het repeteren door, kregen we te horen dat het lager van het middelbaar gewonnen had, wat een grote teleurstelling was voor het middelbaar. Alhoewel het volgens de meesten toch verdient was, want het lager speelde beter samen dan de oudere.
Een uur na schooltijd kon ik mijn lokaal sluiten. Chidi kwam na de match langs om te zien welke vooruitgang de kinderen reeds gemaakt hadden, maar gaf net als ik dezelfde opmerking dat hij binnenkort eens iets moderns wou horen. Tegen 17 uur kon ik mijn lokaal sluiten om naar huis te gaan.
Donderdag was er maar weinig opkomst voor de repetitie tijdens de pauze. Achteraf kreeg ik te horen dat de directrice kinderen taken had gegeven, waardoor de meeste jongens van het koor niet konden komen.
Met Patience ging het deze keer ook minder vlot. Ze weigerde te spreken en deed zeer koppig en onbeleefd. Toen het te veel werd, moest ik haar straffen. Ik besloot haar tegen de muur te zetten, maar ze vond het zelf leuk. Gelukkig ging de glimlach na enige tijd van haar gezicht toen ik haar eventjes negeerde en uiteindelijke begon ze toch mee te werken. Op weg terug naar haar klas, kwamen we verschillende personen tegen die haar groetten, maar ze liep gewoon verder. Na haar telkens terug te roepen en te weizen op het feit dat ze altijd haar auntie’s en uncle’s moet groeten (want dit is nu eenmaal Ipbo-culture), deed ze het. Bij het passeren van het schoolbureau, zag ze haar moeder zitten. Ze ging naar binnen zonder iemand te groeten terwijl iedereen haar een goeie middag wenste. Ik vertelde de moeder wat gebeurd was en zei dat ik Patience moest slaan. (Floggen zoals ze hier zeggen. Dat is de kinderen een tik geven op hun achterwerk met een stok.) Ik sla niet, en dat weet iedereen in de school. Ik word er misselijk van als ik het een leerkracht zie doen, ookal is het eigenlijk verboden in de school.
‘s Namiddags bleef ik met de musicclub van het lager in een gewoon klaslokaal, omdat de hal boven bezet was. Confortalbel was het niet, maar het gaf me de kans hen de volgende strofes van Amazing Grace te laten overschrijven.

19 maart = verjaardag Tim! Proficiat neefje! (Of moet ik nu neef zeggen? :) )

Vrijdag begonnen de examens voor het middelbaar. Toen kwam tot mij het bessef dat ik net mijn laatste week achter de rug had, want niemand had me er eigenlijk op gewezen. Tijdens de examens kan ik mijn studenten niet lastig vallen, dus ik zal hen nog een laatste keer laten repeteren volgende week zaterdag, voor ik vertrek, want de maandag erna was er geen school en op dinsdag zit ik op mijn vlucht richting Lagos.
Na school zijn tante Madeleine en ik op bezoek geweest bij de zus van Monica (Paul’s vrouw). Vicky is een zeer aangename moeder van drie kinderen die ons zeer hartelijk welkom heette in haar huis.


Foto’s op http://s809.photobucket.com/albums/zz11/yentllelle

donderdag 18 maart 2010

Week 8 (6-12/03)

“Abuja-babe”

Zaterdagochtend gingen Junior (KC’s broer) en ik naar Chidi’s French club. Na me een beetje te ‘moeien’ met het acteren en sommige franse uitspraken te verbeteren, hield ik me bezig met het inoefenen van een personage met Emanuel. Emanuel is, al mag je het eigenlijk niet toegeven, een van mijn favoriete leerlingen uit de middelbare school. Hij is altijd enthousiast en zet zicht voor alles in, waardoor hij het mij ook zeer aangenaam maakt in de band-club. Hij helpt me steeds samen met Ezemdi om het lokaal terug op orde te zetten en samen brengen ze een goeie sfeer in de groep. Emanuel wil een bepaalde rol van een leerling hebben, waardoor hij haar dus moet uitdagen in een ‘battle’. Wanneer uit het duel blijkt dat de uitdager beter geschikt is voor de rol (betere uitspraak, beter geacteerd, enz) mag hij die bepaalde rol op zich nemen.
Om 14 uur gaf les aan secondary choir. Ik trakteerde hen op frisdrank om hen te belonen voor hun inspanningen.
De hele dag noemde auntie Adaku me ‘Abuja-babe’, omdat ze zo tevreden was dat ze niet alleen naar Abuja moest. Al snel namen ze het in het huis ook al over, terwijl ze eigenlijk niet echt wisten waarom. In Nigeria heerst het idee dat wanneer je op reis gaat, je voor iedereen cadeaus moet mee brengen. Vandaar dat het soms lijkt dat iemand heel plots op reis vertrekt, terwijl ze het eigenlijk gewoon niet melden. Ik trok het me niet echt aan en niemand in huis die ik op de hoogte bracht vroeg me iets voor hen te kopen, want iedereen heeft al verschillende dingen van mij gekregen.

Zondagochtend om acht uur namen Chidi, Adaku en mezelf afscheid van tante Madeleine, Clara en de rest van het huis. We stapten in uncle Ikena’s auto en hij bracht ons naar de luchthaven van Owerri, een 45-tal minuten rijden. Gelukkig waren we goed op tijd, want ons vliegtuig vertrok ongeveer 25 minuten te vroeg. Zelfs uncle Chidi was onder de indruk, want hij was er sterk van overtuigd dat we ons nergens moesten voor haasten, want we zijn in Afrika. Een klein uur later landden Chidi, Adaku en ik in Abuja. Chidi had me gewaarschuwd achter te blijven terwijl hij een taxi zou zoeken, want om de luchthaven te verlaten verhoogden de chauffeurs sowieso hun prijs. Logisch, want hoe kom je er anders buiten als je geen auto hebt? Een groot geluk was dat Chidi een kennis tegen het lijf liep die zijn zus kwam oppikken van de luchthaven, samen met zijn vrouw. De man bood ons een lift aan tot aan ons hotel: “Princess Suites”. In het weekend was de gemiddelde kamer rond de 5500 Niara en in de week rond de 7000 NGN. Ik deelde een kamer met Adaku en Chidi sliep een paar kamers verder in de gang, bij de trap. Onze kamer had een balkon en drie ramen. Chidi had minder geluk en moest het stellen met vensters die uitkeken op de gang. Gelukkig sloot hij de gordijnen goed, want anders had iedereen die de trappen passeerde hem in zijn douche zien staan.
Na ons te installeren en wat te rusten, namen we een taxi naar een shoppingcentrum. De eerste vraag die Chidi zo van mijn gezicht kon aflezen was: “They got pizza here?” En hoera, ze hadden pizza! Nadat we er twee hadden besteld en moesten wachten, liepen we enkele winkeltjes af. Vele zaken waren pas later open, want op zondag gaat iedereen naar de kerk. In de tijd dat Chidi en Adaku nog maar goed aan hun eerste stuk pizza begonnen, zat ik al aan mijn derde. Zalig was het om gesmolten kaas op lekker krokant deeg te proeven. Als dessert een caramel-ijsje en uncle Chidi probeerde het Baileys-ijs uit, want ze hadden er geen bier. Tot zijn teleurstelling kon hij de alcohol in het ijs niet proeven, dus volgende stap: Gulder vinden voor uncle Chidi.
Ze namen me mee naar een militair domein, wat er op het eerste zicht uitzag als een winkelwijkje. Maar toen ik Chidi en Adaku volgde tussen de huizen door, kwamen we in een centrale plek terecht. In het midden stond een grote overdekte cirkelvormige soort paravang, waar onder zo’n 30-tal vrouwen vis aan het grillen waren. Prachtig, echt gezellig. Het deed me een beetje denken aan de sfeer die leeft op de vismarkten van Senegal. Rondom rond de tent waren bars. We namen plaats en Adaku toonde me mijn ‘brothers’. Een paar cafeetjes verder zat inderdaad een groep blanke mannen, dus ik wuifde vriendelijk goeiedag. Ik kon wel zeggen dat ik in lange tijd niet zoveel blanken samen had gezien, maar eigenlijk letten Chidi en Adaku er meer op dan ikzelf. Ondertussen ging Chidi gaan kijken naar de vis. Hij bestelde twee plateaus met elk een vis van ongeveer 40 cm lang met daarbij frietjes en groentjes, maar ik zat nog steeds vol van de pizza en zei tegen Chidi dat hij het me beter eerst gevraagd had voor hij ging bestellen.
Toen ik foto’s van het hele gebeuren aan het nemen was, kwam er iemand Adaku waarschuwen dat we op een militair domein waren en het problemen zou opleveren. Blijkbaar komen vele politiekers hier eten en willen ze niet gesnapt worden op een foto (met hun minnaressen). Op onze tafel lag een tafelkleed van Coca-cola met daarop een cola-fles bij een bord vol typisch Nigeriaans voedsel: plantene, bonen en geitenvlees. Toen ik daarvan een foto nam, kwam een andere man tegen Chidi zeggen dat ik het beter zou stoppen. Ik snapte niet waarom die mannen mij hierover niet aanspraken. Chidi zei dat ik gewoon het tafelkleed gefotografeerd had en omdat ik voor de rest ook gewoon foto’s van Chidi en Adaku had genomen zei ik hem dat ik toch wel foto’s mocht nemen van mij en mijn familie, zeker. Daarop reageerde hij tegen mij: “Do you want the police to come? He, do you want the police to come?” Ons probleem, dacht ik.
Terwijl we aan het eten en drinken waren, kwamen geregeld verkopers langs met zonnebrillen, horloges, zakdoeken of snoep. Toen een dove vrouw langs kwam, probeerde ik een klein gesprekje te houden. Ik vroeg haar om te vingerspellen, omdat het zo iets vlotter zou gaan. Ze leek me blij eens een babbel te kunnen slaan.
Met onze tweede vis in een doggy-bag gingen we terug naar het hotel. Chidi wou de match van vijf uur niet missen. We spraken rond acht uur terug af om uit te gaan.
Chidi en Adaku namen me mee naar Blake residentie. Een Congolese vriend van Chidi ging met ons mee. Blake residentie had uit een grote parking, een openlucht restaurantje waar je vlees, kip of verse vis kon bestellen en een grote bar waar ze optredens gaven. Ze noemden dit een karaoke, dus ik ging er vanuit dat op sommige avonden hier aan karaoke gedaan kon worden, iets waar Chidi enorm van houdt. De hele avond werd verzorgd door dansers, artiesten en een live-band. Echt gezellig.

Maandag vertrokken Chidi en ik rond 10 uur naar de Belgische Ambassade. Adaku was al vertrokken naar de immigratiedienst om haar zaken te regelen. Tante had ons gevraagd er een document te gaan ophalen. Een vriendelijke taxichauffeur ging de weg hier en daar voor ons gaan vragen en uiteindelijk vond hij het. Daar aangekomen vroeg Chidi mijn paspoort… die ik natuurlijk in het hotel gelaten had samen met de rest van mijn reisdocumenten. Gelukkig was het geen probleem om binnen te geraken, alhoewel de counselor ons wel niet is komen begroeten en alle communicatie verliep langs haar assistente.
Na het bezoek aan de ambassade, nam Chidi me mee naar the Crafts and Arts village. Super leuk dorpje dat opgebouwd is door de overheid en gehuurd wordt door handelaars en artiesten. We kochten er sandalen voor iedereen in huis en ik kocht er enkele souvenirs en een wrappa om kleren van te laten maken. Nadat we er lekker traditioneel konden eten, gingen we terug naar het hotel om te rusten en Adaku op te wachten.
Rond 16uur kwam Adaku terug van de immigratiedienst, ze had er ongeveer 6 uren doorgebracht doordat er veel volk was. Toch was ze niet te moe om met mij naar de markt te gaan. Deze markt in Abuja is anders dan die in Owerri. Een eerste verschil is dat de straten breder zijn en een tweede dat er geen voeding verkocht wordt. Adaku en ik gingen verschillende winkels binnen op zoek naar een rood-zwarte wrappa (om mee in de bakkerij te werken). Jammer genoeg waren de meeste wrappa’s te kleurrijk en vond ik mijn smaak niet of was het te duur. Ik kocht er wel een zilveren ring die ik van 1000 NGN afgeboden had naar 600 Naira (nog geen 3 euro). Toen ik de verkoper vroeg voor een doosje, schoof hij de glazen deur te snel open, waardoor het tegen de volgende glazen deur stootte en beiden in stukken braken. Ik voelde me al schuldig dat ik het ringetje afgeboden had voor bijna de helft, maar Adaku nam me al weer mee naar de volgende winkel. Adaku zelf wou gouden juwelen kopen. Voor goud vragen ze hier 5000 NGN, dat is ongeveer 22 euro per gram. Gelukkig dat Adaku goed haar prijzen kent, want vanaf het moment dat ze mij zagen gingen die als een vuurpijl de lucht in.
Toen we terug in het hotel waren, konden we uncle Chidi in de bar vinden. We brachten onze aankopen naar de kamer waarna we opnieuw naar het shopping centrum trokken. Deze keer waren meer winkels open en door een tekort aan inspiratie en kennis van Abuja, bestelde Chidi opnieuw twee pizza’s. Doordat het maandag was en we Clara’s wafel-night moesten missen, trakteerde ik op pannenkoeken. Deze waren jammer genoeg wat klein uitgevallen, maar daarom was het niet minder gezellig. Terug in het hotel dronken Chidi en ik nog een biertje (een halve liters is hier het kleinste) voor we gingen slapen.

Dinsdagochtend zaten we tegen acht uur in een taxi richting de luchthaven. Adaku zou bij een kennis gaan logeren, want haar papieren waren nog niet in orde. Om half elf hadden we onze vlucht terug naar Owerri en daar stond uncle Ikena ons terug op te wachten om ons naar huis te voeren.
Eens thuis heb ik alles wat ik nog te doen had op mijn gemak in orde gebracht. KC’s broer zou vandaag terug naar school vertrekken en kwam nog afscheid nemen.
Na school kwam Emaluella me vertellen dat haar kleermaakster zou langskomen om mijn afmetingen te nemen. Ik had haar ge-smst vanuit Abuja en was blij dat het al zo gauw kon gebeuren, want het zou wel een paar weken duren alvorens al mijn kleren af zijn. Toen ze vertrok wou ze de prijzen voorstellen, maar doordat ik geen weet heb van de prijzen voor het naaien van kleedjes en rokjes zou ik de volgende dag met Clara naar haar winkel gaan om op de prijzen af te bieden.

Woensdag belde Clara me om naar de kleermaakster te komen en uncle Damien voerde me naar haar toe. Emanuella en Clara waren daar al om te discussiëren over de prijs. Uiteindelijk kwamen we tot een optelsom van 8400 Naira en ik zei haar als ze het voor 8000 zou doen ik zeker naar haar terug zou keren bij mijn volgende bezoek aan Nigeria, waarop ze zei: “You…” en me met een grappig grijns aankeek. Dit is een groot verschil met de Europese markt: wij geven goeie prijzen, om zo meer terugkerende klanten in te winnen. Sommigen zullen nu waarschijnlijk in zichzelf denken waarom ik nog meer heb afgeboden, maar het feit dat ze met de prijs akkoord ging is al een bewijs dat ik nog te veel betaald heb.
Op school had ik terug band-club, maar stilletjes aan laat ik de band-teacher alles volledig overnemen. Het duurde weer een tijdje voor alle leerlingen aanwezig waren en toen een van de zangers er niet was, ging ik hem zoeken. Ik vond hem in sports-club en vroeg hem of hij nog bij band-club wou horen. Ik zei hem een beslissing te maken en te kiezen, want je kunt niet in verschillende clubs zitten op hetzelfde moment.
Tijdens het repeteren had ik weer een hele boel kinderen die naar mijn lokaal zaten te staren en niets aan het doen waren. De verschillen zijn zo enorm tussen de leerkrachten, je ziet echt wie gemotiveerd is en wie niet, waardoor de kinderen ook gemotiveerd zijn om naar hun club te gaan of niet. Toen ik de directrice niet kon vinden om die hoop loslopende kinderen naar hun club te wijzen, zag ik de muziekleerkracht van het middelbaar in de leraarskamer zitten. Ik vroeg hem of hij geen les had en hij zei dat hij geen leerlingen meer had in zijn club. Blijkt dat deze man dus al sinds het opstarten van de band zonder leerlingen zit en het nog nooit bij hem opgekomen is om dit te melden. Ik zei hem dat hij zich kon aansluiten bij de band-club en mijn taak daar kon overnemen. Het zou ideaal zijn dat de band teacher zich dan kan concentreren op de muzikanten, terwijl de muziekleraar de zangers kan trainen.
Verder in mijn zoektocht kwam ik tante tegen. Ik legde haar dat de situatie weer hetzelfde was (waarvan ze al een paar weken op de hoogte was) en ze besloot met me mee te gaan. Ze sprak enkele leerkrachten aan over hun verantwoordelijkheid en wees de kinderen naar hun club.
Toen ik terug naar de band-club ging, was mijn zanger alweer verdwenen. Blijkbaar hadden ze hem terug naar het veld geroepen. Door alle frustraties van het laatste uur was ik zo op mijn tenen getrapt dat ik de jongen ging confronteren met zijn beslissing die hij eerder gemaakt had. “But autie, they called me.” Het stoorde me in de eerste plaats dat de jongen geen definitieve beslissing had genomen en dat hij dacht dat we tijd genoeg hadden om hem te gaan zoeken op het voetbalveld.
Dit was een van die frustrerende dagen waar Ilya me voor gewaarschuwd had. Soms ga je kilometers vooruit en andere dagen heb je nog bergen te verzetten.

Donderdag ben ik ziek opgestaan. De airco van in het hotel van Abuja had me een verstopte neus en een hoop gezwollen klieren rond mijn stembanden opgeleverd. Melk en honing bij het ontbijt en zo veel mogelijk zwijgen.
Op school nam ik een opname van het nummer ‘Apologize’ dat ik het middelbaar koor had aangeleerd. Daarna zag ik Patience en ze had werkelijk veel vooruitgang gemaakt. Je merkte het in kleine dingen, maar belangrijke, zoals: ik liet mijn sleutels vallen en ze zei daarop sorry in mijn richting. Nigeriaanse cultuur zegt sorry voor alles die een ander ongemak oplevert. Als je zegt dat je pijn hebt, wordt dus verwacht van de ander om sorry te zeggen. Ook als iemand hoest, zeg je sorry. Ik was dus zo fier als een gieter (vanwaar komt dit spreekwoord eigenlijk?) Ook het herhalen van alle andere zaken die ik al met haar opgebouwd en doorgenomen heb, ging zeer vlot.
In de namiddag had ik music-club met het later maakte ik ook een opname van ‘Oh happy day’ door het lagere koor. Er was juist een hele grote groep, dus het is erg mooi om te zien en horen (verwacht natuurlijk niet te veel van dat horen e).
Over de middag was auntie Adaku terug thuis gekomen en toen ik haar ‘s avonds zag had ze een cadeautje voor me. Ze gaf me een kettinghanger in de vorm van een Y. Ik was er enorm blij mee, vooral omdat het een simpele letter is en geen ‘bling-bling’ toestand.

Vrijdag had ik koorrepetitie met het later tijdens hun pauze. Ik deed verder aan Amazing grace en liet het en om beurten individueel zingen. Zo kreeg ik eens een overzicht van de verschillende stemmen in het koor.
‘s Avonds ben ik beginnen werken aan een boekje dat ik wil maken voor Patience. Daarin wil ik alle nuttige alledaagse dingen schrijven en illustreren, zodat ze ze verder met haar moeder kan inoefenen. Zo zet ik er haar gegevens in, haar klas, het alfabet , de cijfers, de dagen van de week, de maanden, de kleuren, enz.

Foto’s op http://s809.photobucket.com/albums/zz11/yentllelle/allalbums

maandag 15 maart 2010

Week 7 (28/02-5/03)


“Uncle, send them to another club if they can’t sing!”

De repetitie die ik op zaterdagnamiddag ging houden, ging niet door doordat er geen elektriciteit was. Gelukkig gaat het nieuws hier snel en wisten de kinderen dit al eerder dan ikzelf. Toen ik terug naar de school ging om iets uit mijn lokaal te halen, begon het te regenen. Ik vond het zalig om in de regen terug naar huis te wandelen. De regendruppels zijn hier groot en zwaar, maar ook warm.

Zondag loste ik de laatste mankementen op van de computer en konden we terug gewoon het internet gebruiken.
‘s Avonds ging ik met Clara iets drinken bij Chidi en op weg terug naar huis zaten Adaku en Henrietta in het gras voor het huis te babbelen. Clara en ik gingen er gaan bijzitten en babbelden mee. Toen uncle Sonny zijn auto kwam parkeren met zijn muziek volle bak begon Adaku te dansen en sleurde Clara er in mee, die op haar beurt mij mee sleurde. Zo stonden we daar allemaal in het maanlicht te dansen en te lachen tot tante Madeleine ons kwam halen om te komen eten.

Maandag was Chiameziam terug op school. Hij was ziek geweest en veel vermagerd, maar hij zag er daardoor wel beter uit en leek wat jonger. Zijn moeder kwam me opzoeken en gaf me een tros grote bananen. Ik was super blij, want meestal plukken ze de bananen hier als ze nog klein zijn en soms smaken ze dan minder rijp.
‘s Avonds was het opnieuw wafel night en terwijl Clara haar wafels aan het bakken was, vroeg ik auntie Adaku of ik haar laptop mocht gebruiken om foto’s mee online te zetten. Ik probeer zo vaak als mogelijk te doen, maar ook met haar laptop gaat het nog steeds zeer traag.

Dinsdagochtend ben ik met tante mee gegaan naar de ochtendmis. De priester in de kerk waar tante meestal gaat is een Indiër en heeft het typische accent in zijn Engels. Na de mis zijn we naar de supermarkt Maris geweest, aan de overkant van Destiny.
Op school had ik een afspraak met auntie Sylvia. Zij heeft verschillende kinderen in de school, maar haar jongste heeft een vertraagde ontwikkeling. Hij is meer dan een jaar en kan nog maar moeilijk zelfstandig lopen. Ook heeft hij tot sinds kort altijd zijn hoofdje laten hangen, zoals boorlingetjes dat doen. Ik heb Sylvia wat oefeningetjes getoond die ze met haar zoontje kan doen. Ik besef dat dit buiten mijn gebied is, maar door wat ik vorig jaar gezien en geleerd heb op mijn stage weet ik dat alledaagse bewegingen gestimuleerd kunnen worden door ze gewoon vaak te trainen en herhalen. Ik kon niet veel doen, maar Sylvia was toch heel blij.
Na school kreeg ik van tante het nieuws dat Maria’s man (Kris) beslist had dat ze meneer Ogbonna niet nodig hadden, maar dat hij een neuroloog voor hen moest zoeken. Het voelde alsof ik een slag in mijn gezicht kreeg. Tante doet alle moeite van de wereld om Maria te helpen in het vinden van een huis en zou alles doen om dit gezin te helpen, maar bij iedere oplossing die wij bieden vinden zij een ander probleem. Twee maand terug had de vader mij gevraagd zijn dochter te helpen, als bij wonder vinden we een logopedist met ervaring en dan plots is hij niet meer nodig? Voor mij was het genoeg, vanaf nu zou ik me enkel nog zorgen maken om het kind, want uiteindelijk is de school er voor de kinderen. Als ik Maria zou zien zou ik haar mijn teleurstelling duidelijk maken en de man mocht mij zijn idee over hulp aan zijn dochter dan eens opnieuw uitleggen.

Woensdag wou ik met band van start gaan, dus de audities moesten ophouden. Ik verwittigde de band teacher dat hij moest gaan kiezen tussen zijn muzikanten en zangeressen, want uiteindelijk zou hij er de volgende maanden mee moeten samenwerken. Alhoewel ik hem verschillende keren vroeg goed te luisteren en een keuze te maken tussen de (vooral meisjes)stemmen, was ik het die de kinderen het lokaal moest uitsturen. Voorbij mijn lokaal liepen constant leerlingen en toen de zoveelste mijn les kwam verstoren vroeg ik haar me mee te nemen naar haar leerkracht. De drama-club had veel succes, maar de juf stond er alleen voor en ik kon begrijpen dat het moeilijk was haar autoriteit te behouden, maar kinderen constant je lokaal in en uit laten wandelen is voor iedereen storend.
Vandaag was ook de verjaardag van auntie Henrietta en ik had voor haar een taart besteld bij Clara. Caramel-cake om precies te zijn en heerlijk was het. Al was ik waarschijnlijk een van de enigen, aangezien Nigerianen niet echt zoete-monden zijn.

Donderdag vertelde Adaku me dat ze in het weekend naar Abuja zou gaan. Niet wetende waar dit lag, vroeg ik of ik mee mocht. Aan haar reactie zag ik dat het niet dichtbij was en ze het dus niet over een road-tripje had. Abuja is de nieuwe hoofdstad van Nigeria en ligt op minder dan een uurtje vliegen van Owerri. Ik legde me haar situatie uit en het leek me nog steeds interessant om mee te gaan, dus stelde ik het voor aan tante.

Vrijdag boekte ik men vlucht naar Abuja en ondertussen had uncle Chidi er ook voor gekozen om mee te gaan. Hij kon het uitstapje wel eens gebruiken en ging volgens mij ergens ook mee als een zekerheid voor mij.
‘s Avonds kwam de broer van KC op bezoek. Een jongen van mijn leeftijd die rechten studeert aan dezelfde school waar uncle Chidi gestudeerd heeft.
Vrijdag is ook nog steeds spelletjes avond, maar het is ondertussen nog maar 1 keer gebeurd dat we een ander spel dan Uno gespeeld hebben. Iedereen is er zot van.




donderdag 11 maart 2010

Week 6 (20-27/02)

 'Break time'

Nadat de muis uit mijn kamer verdwenen was, verliep het weekend rustig. Al sliep ik ‘s nachts nog wel niet zo rustig in.
Zondag hadden we heel wat problemen met de generator. De opgewekte elektriciteit werd niet doorgestuurd naar het huis. Toen dat probleem opgelost was, zaten we met het feit dat wanneer de elektriciteit van Nepa (de plaatselijke electrabel) terugkwam, het samen met de stroom van de generator doorgestuurd werd. Gevolg: alle onbeveiligde elektronica maakte kortsluiting. In de keuken van Chidi brak bijna brand uit door een overbelaste kabel. Gelukkig geen gewonden.

Maandag op school had ik voor de tweede keer koor-repetitie met het middelbaar tijdens de speeltijd. Daar het woensdag vakantie was, sprak ik met de leerlingen af om dan ook te repeteren van 10 tot 14 uur.
Met Patience gaat het ondertussen ook goed, al krijg ik soms de indruk dat haar moeder meer hulp nodig heeft. Ze loopt constant rond op school en valt tante meer dan nodig lastig met problemen buiten haar macht. Toen ik Patience ging halen, botste ze in het naar buiten lopen tegen een meisje, die hierdoor op de grond viel. Het meisje had pijn en begon te huilen, terwijl Patience gewoon een grote stap over het meisje heen zette en verder naar buiten wandelde. Ideaal moment om aan sociale vaardigheden te werken dus. Ik tekende de situatie met haar uit en doorliep het stap voor stap. Uiteidelijk sprak ik met haar af dat ze haar excuses moest aanbieden aan het meisje en haar een van de gommetjes kon geven. Aangekomen in de klas, riep ik het meisje en liet Patience haar gang gaan. Eens ze het gommetje gegeven had en ik haar positief aan het bevestigen was, nam ze het gommetje terug uit het meisje haar handen. Grappig, achteraf gezien, maar op dat moment moest ik opnieuw de hele situatie gaan doornemen en besefte ik hoe stom het was geweest dat ik de uitgetekende situatie niet had meegenomen.
Maandagavond is het wafel-night. Iedere maandag bakt Clara wafels die ze mag verkopen in de supermarkt Destiny. Voor vier wafels vraagt 300 NGN.. Auntie Adaku en ik zijn dan altijd van de partij om een paar wafels van Clara af te snoepen (en kopen), terwijl ze nog lekker warm zijn. Voor mij doet ze er dan extra suiker bij, iets wat Nigerianen eigenlijk niet graag hebben.

Dinsdag ben ik met Clara na school haar wafels gaan verkopen. Nadien trakteerde ze me op een ijsje vanbij Mr. Fans, een andere fastfood keten waar tante Madeleine en oom Donat vroeger graag kwamen eten, vertelde Clara me. Het grappige was dat de verkoopster rose ijs verkocht als vanille. Clara en ik keken elkaar eens vreemd aan toen we samen zeiden: dit is geen valille. Maar de koppige verkoopster bleef erbij en Clara en ik aten ons rose-noch aardbei, noch vanille-ijsje op.


Woensdag was het break/vakantie. Ik had afgesproken met mijn koor om te repeteren om 10 uur. Tegen 12 uur waren de meesten daar en we repeteerden nog tot 14 uur. Ik herhaalde de reeds aangeleerde nummers, leerde hen ‘Oh when the Saint’s’ aan en liet het hen om beurten zingen.

Donderdag genoot ik van mijn vrije dag om eens in de zon te gaan zitten. Langer dan een uurtje hield ik het niet vol en besloot op te computer te werken. Omwille van problemen moest ik verschillende programma’s installeren, maar het downloaden verliep immens traag. Ook telkens de elektriciteit uitviel werd het laden onderbroken en moest ik opnieuw beginnen. Een ultieme geduldstraining dus.

Vrijdag vroegen Chidi en Clara me mee naar een traditionele trouw in het dorp. We waren er haast een van de eersten en zo kon ik het hele proces meemaken. De vrouw wacht tot de man in aankomst is en dan wandelen ze samen het huis in. Daarna gaat de vrouw zich omkleden en moet de man zich ‘verstoppen’ tussen de andere mannen. De vrouw moet dan bij haar vader een hoorn gevuld met cocosmelk halen en haar man gaan zoeken. Andere mannen maken er een spel van om haar pad te verstoren. Wanneer ze haar man vindt, stelt ze hem aan iedereen voor door de hoorn aan hem te geven. Daarna moeten ze het zegen krijgen van de ouders en kan het feest beginnen.


zaterdag 27 februari 2010

Week 5 (13-20/02)


“Deaf persons can do anything except hear.”


13 februari = Gelukkige verjaardag Nonkel Bernard!

Zaterdag zijn Kristofer en ik opnieuw gaan helpen in de French-club. De ganse dag is er geen zon geweest en het heeft duizenden liters geregend. Ideaal om het huis eens te laten afkoelen, waardoor iedereen, voor de eerste keer in maanden, zweetloos in slaap gevallen is.
Als bedanking van de leerkrachten die in de studio’s wonen, had tante een geit gekregen. Jammer genoeg houden ze die diertjes hier niet voor het plezier, maar voor hun vlees. Chidi en tante hadden Kristofer aangeboden de geit te slachten, maar ik geloofde er niet in dat hij dit zou doen.

Zondag was het Valentijn.Tante nam ons mee naar de Niger-wives samenkomst. Deze groep bestaat uit niet-Nigeriaanse vrouwen die getrouwd zijn met een Igbo-man uit het dorp. Iedereen bracht eten mee en zo was er een mengeling van voeding met roots uit Afrika, India, Zuid-Amerika en Europa. Clara had een prachtige taart gemaakt versierd met geglaceerd suiker. Toen we terug thuis waren, kwam uncle Sonny voorbij het huis met een gigantisch mes. Hij had net de geit geslacht en ondertussen waren de kinderen samen met Nnekka de geit in stukken aan het snijden, zodat ze het maandag konden klaarmaken.
‘s Avonds hield Chidi in zijn bar een Valentijns-avond voor koppels. Eens daar waren er voornamelijk mannen te zien, want er was nog voetbal op tv. Toch is het nog een drukke avond voor Chidi geworden, want het was 5 uur ‘s morgens voor hij kon sluiten.

Maandag besliste ik in een spontaan moment om mijn haar te laten invlechten. Ik wist als ik alles zou invlechten dat mijn hoofdhuid zou verbranden door de zon, dus koos ik ervoor om enkel de rechterzijde van mijn haar te laten invlechten. Auntie Sylvia woont in de studio’s naast het huis en durfde haast niet aan mijn haar trekken om het te vlechten. Doordat ze het te los deed nam een andere auntie over. Prachtig was het niet, maar eens een leuk probeerseltje.
‘s Avonds geit gegeten… maar ik waagde me aan niet meer dan een stukje. Tante zei dat het niet goed klaargemaakt was. Normaal moet het wat lijken op stoofvlees, maar mijn stukje vlees was heel taai en ik kon het niet snijden met mijn mes noch met mijn tanden. Ook had het vlees nog steeds dezelfde geur als toen het nog niet bereid was, je kon haast zeggen dat het nog stonk naar de levende geit. Eens iedereen gedaan had met eten, kwam de delicatessen van de avond op tafel: het vlees van het hoofd van de geit. Alles wat dus rond en in de schedel zit wordt in kleine stukjes gesneden, op een schotel verzameld en op tafel gebracht zodat iedereen een portie kan nemen. Kristofer en ik waren van plan om te delen, maar meer dan een knabbel van 1 klein stukje kregen we niet binnen.

Dinsdagochtend kwam meneer Ogbonna mij rond 10 uur oppikken om naar de Deafschool te gaan. We gingen naar de middelbare afdeling die slechts op een goeie kilometer verder in de straat van het huis van tante was. Het domein was immens groot en het zag er goed onderhouden uit.
Ik werd er verwelkomd door de directie en mocht haar een hoop vragen stellen alvorens ik rondgeleid werd. Ik kreeg een goed overzicht van de school, haar werkwijzen, leerkrachten en leerlingen. In de rondleiding kreeg ik alles te zien: de klaslokalen, de bibliotheek, de slaapzalen, de keuken enz. De school was is vrij degelijke staat, alleen waren er geen borden, maar werd er op de muren geschreven die geverfd waren met bordverf. Opvallend was dat de leerlingen me enorm respectvol behandelden, ik voelde me er echt welkom. Niemand staarde me aan, iedereen zei vriendelijk goeiedag en ze vroegen naar mijn naam zonder dat ik eerst als “oniotcha” werd benoemd. De school doet aan Total Communication en leert de studenten ASL (American Sign Language), wat ze hier verkort Amslang noemen. Ik kocht er twee boeken aan een van de studenten over ASL, omdat er een interessante geschiedenis over gebarentaal in staat. De ASL-gebaren verschillen natuurlijk enorm van de Vlaamse gebarentaal en meneer Ogbonna moest voor mij tolken, maar ik begreep de leerlingen wel toen ze naar mijn naam vroegen. Ze waren verwonderd dat ik een andere gebarentaal kende, maar het maakte hen ook gelukkig. Wat mij gelukkig maakte was toen ik toevallig een notieblaadje in mijn handen kreeg van the ‘Nigeria Deaf Football Association’. Onderaan stond geschreven: “Deaf persons can do anything except hear.” Het stelde me gerust dat een mentaliteit als deze heerste in de school en je kon zien dat de kinderen er gelukkig zijn. Ik beloofde terug te keren wanneer de dozen van DHL toegekomen waren. Als er genoeg voetballen opgestuurd zijn, zou ik er graag ook een aan deze school geven. Toen ik terug in de auto wou stappen, vroegen enkele leerlingen of ze met mij op de foto mochten. Nadat enkele van de kinderen een foto alleen wilden, kwamen steeds meer en meer leerlingen vragen om een foto. Daarom stelde ik voor om een groepsfoto te nemen, want als ik een per een met 350 leerlingen op de foto moest, zou ik nog een tijdje bezig geweest zijn.

Ondertussen had ik op de school gevraagd naar een logopedisch of speech therapist, die mij misschien kon helpen met Patience. Grappig genoeg bleek de gepensioneerde meneer Ogbonna de gespecialiseerde te zijn op dit terrein. Ik was dolgelukkig, eindelijk iemand gevonden, en dan nog iemand die tante persoonlijk kent en vertrouwt.

Toen ik rond 14uur terug naar huis ging, was ik net op tijd om afscheid te nemen van Kristofer. Ik had al verschillende keren aan Chidi aangeboden om met hem mee te rijden naar Port Harcord en zo kon ik dus de kans grijpen om ook eens die kant van Nigeria te bezichtigen. Een groot uur later waren we al op de luchthaven waar Kristofer zijn vlucht had om 19uur. Wij keerden rond 16uur terug, omdat Chidi op tijd in zijn bar moest zijn en je best niet in Port Harcord bent als het donker is. En zeker niet met een blanke, beweert Chidi.

Woensdag nam uncle Ogbonna me mee naar de lagere afdeling van de school. Deze school bevond zich dieper in het centrum van Owerri, maar was in een zeer slechte staat. De lokalen waren van elkaar afgezonderd door versleten houten planken en als bord gebruikten ze ook hier de muren, maar deze moeten dringend herschilderd worden. Deze lagere school ontfermt zich over kinderen met een verstandelijke beperking en kinderen met een auditieve beperking. De meerderheid van de klasjes bestond uit dove leerlingen, die me even vriendelijk verwelkomden. De directrice was niet aanwezig en daarom ontfermde de onder-directrice zich over mijn bezoek. Toen ik vroeg om foto’s te nemen, zei ze dat ze geen toestemming mocht geven zonder de directrice. Ik respecteerde dit en mocht in verschillende klassen een les bijwonen. Van de 6 klassen, waren slechts 4 leerkrachten aanwezig. Toen ik hiernaar vroeg hadden ze geen idee waarom en konden ze maar gokken dat ze waarschijnlijk naar de kerk waren. Toen ik alle klasjes gezien had en mijn bezoek aan het afronden was, kwam de directrice toe. Ze stelde zich voor en vroeg me naar mijn naam en waar ik woonde. Ze liet me weten dat ze zelf in Noorwegen gewoond en gestudeerd had met haar man en dat haar oudste zoon nu in de UK studeerde. Toen ik vroeg of ik foto’s mocht nemen, vroeg ze naar mijn studies. Ik voegde er uit mezelf aan toe dat ik de foto’s alleen zou gebruiken om aan de buitenwereld te tonen in welke staat de school vertoeft en dat het op die manier makkelijker zou zijn om de interesse te wekken bij mensen die mogelijks iets zouden willen doen om te helpen. Nadat ik enkele foto’s genomen had, kwam ze naar me terug en zei ze dat het goed was. De ouders van de kinderen met een verstandelijke beperking hebben niet graag dat er foto’s genomen worden, dus wou ze niet dat de ouders het te weten zouden komen. Bij het afscheid nemen vroeg de directrice me mijn naam en nummer op te schrijven. Zoals gewoonlijk geef ik mijn Belgisch nummer hier aan niemand. In de eerste plaats omdat ik hier nog tot april ben en ook omdat tante en Clara me er genoeg voor gewaarschuwd hebben. Toen de directrice zag dat ik mijn Nigeriaans nummer had opgeschreven, vroeg ze naar mijn Belgisch nummer. Ik zei haar dat ik haar mijn Nigeriaans nummer had gegeven omdat ik hier nog tot april was. Toen ze me opnieuw vroeg het te geven, probeerde ik zo vriendelijk mogelijk duidelijk te maken dat ik het niet kon geven, omdat ik het aan niemand mag geven. Daarop werd de vrouw boos en begon naar mij te roepen: ‘Wat doe jij hier? Je komt hier foto’s nemen en dan ga je weer weg! Wat kom je hier doen?” Ik verschoot ergens van het onbegrip, maar begreep dat ik misschien onbeleefd was overgekomen. Toch vond ik haar reactie ongepast, want ze wist goed genoeg waarom ik daar was en ik zei het dan ook tegen haar: “Ik ben hier om te helpen, maar als je mijn hulp niet nodig hebt, dan is dat ook goed.” Haar gezicht veranderde onmiddellijk. Ze gaf me gelijk dat ik niet aan iedereen mijn nummer zomaar kon uitdelen, en begon verhalen te vertellen over kidnappers (die volgens mijn weten niet veel zijn met een telefoonnummer – tot ze misschien de familie moeten opbellen ofzo voor losgeld) en over het feit dat ze in Noorwegen gestudeerd had om mijn vertrouwen terug te winnen. Ik was opgelucht dat ze niet meer boos was en begreep dat ik de foto’s niet genomen had om misbruik van te maken o.d. Toch had haar reactie in mijn ogen haar ware aard aan mij laten zien en zelfs de verhalen over haar studies in Noorwegen of haar zoon in Engeland konden dat beeld niet wissen.
Na het bezoek aan de school, keerden we terug naar de tante’s school waar ik Patience, haar moeder en meneer Ogbonna aan elkaar wilde voorstellen. De moeder was opgelucht en belde haar man, die verder alles zou regelen met uncle Ogbonna.

Toen ik snel een hapje was gaan eten, moest ik terug naar school voor de band-club. Deze keer kon ik eindelijk deftige zang-audities doen en de band leerkracht had hier ook een goed oor voor. Ondertussen had ik goedkeuring gekregen van de directie om tijdens de pauzes koor-repetities te houden. Daar ik de woensdagnamiddag niet op 4 plaatsen tegelijk kan zijn (fluit-les, muziekles, French-club of band-club) is het voor mij en de kinderen het interessants om tijdens hun lange pauzes te repeteren. Met het middelbaar repeteer ik de maandag en donderdag van 11.20u tot 12uur en in het lager de dinsdag en vrijdag van 10.30 tot 11uur.

Na school vroeg ik tante om naar het DHL bureau te gaan. Daar ik van Kurt wist dat de dozen die via DHL opgezonden waren al bijna een week in Nigeria aangekomen waren, wou ik naar het bureel van DHL om te vragen waar onze dozen bleven. Daar aangekomen moest ik mijn naam opschrijven. Ze zeiden dat de dozen sinds maandag aanwezig waren, maar er geen adres op stond. Ik bood aan om de code’s te geven, maar ik moest eerst bewijzen dat ik Yentl Ketelers was. Verstrooid als ik ben had ik er natuurlijk niet aan gedacht om mijn paspoort mee te nemen. Ik heb mijn passport toen ik aankwam in Nigeria veilig verstopt en ben het ondertussen al zodanig gewend om met niets in mijn zakken rond te lopen, dat ik er nooit aan gedacht had om het mee te brengen. Ondertussen zei tante tegen de jonge man achter de balie: “Maar je kent mij toch?” Blijkbaar kende hij de school en is hij klant in uncle Chidi’s bar. Toen een collega de dozen kwam tonen, ging ik er naartoe en zag ik dat de adressen er toch aangeplakt waren, samen met mijn Nigeriaans gsm-nummer. De uitleg waarom ze de dozen nog niet geleverd hadden veranderde naar: De naam (yentl ketelers) klopte niet met het adres, want ze weten dat de familie Chimah daar woont. Daarop vroeg ik hen waarom ze me dan nog niet opgebeld hadden?  De man zei dat hij geen verbinding kreeg met het nummer. Vreemd, want dat zou de eerste keer zijn. Ik zei hen: “Bel het nummer nu en als mijn GSM rinkelt, dan ben ik Yentl Ketelers.” … “Oh, het is al goed hoor. Wil je gewoon hier tekenen?” Sommige situaties zijn hier echt onverklaarbaar, maar het beste van al is dat ik naar binnen gegaan ben met zo’n 20.000 NGN (mogelijke douane kosten e.d.) en ik er geen cent van heb moeten uitgeven. Bedankt Kurt!
Dat is veel geld gespaard voor de school en het project.

18 februari =  Gelukkige verjaardag Jantje Sap!

Donderdag voormiddag had ik voor het eerst repetitie met mijn secondary choir. Een grote groep enthousiaste pubers kwam opdagen en ze zongen goed mee. Ik liet hen een kerk-liedje zingen, dat ik hen al verschillende keren had horen zingen, om op te warmen. Daarna leerde ik hen het refrein van ‘Killing me softly’. Enkele onder hen kenden het al, voornamelijk de jongens.
In de namiddag had ik muziek-club in de lagere school en ik kon er het nummer ‘Oh Happy Day’ met de kinderen afwerken.
Toen ik ‘s avonds naar mijn kamer ging en de lichtschakelaar op de muur zocht, hoorde ik een geluid in mijn kamer dat niet overeenkwam met mijn hand die over de muur wreef. Omdat de juffen en kinderen in huis onder mijn kamer slapen en ik met de ramen open slaap, dacht ik dat het waarschijnlijk gewoon van buiten kwam. Om te lachen riep ik naar Clara, die in de kamer naast mij bij Adako was: “Er zit iets in mijn kamer.” Ze peste me terug met: “Het is een rat! Een rat in je kamer!” Grappig genoeg stond ik een goeie 5 uren later aan haar bed en zei: “Clara, er zit echt een rat in mijn kamer.” Nadat ik al verschillende keren pootjes langs mijn kast gehoord had, was ik gaan slapen met mijn zaklamp in handbereik. Toen ik opnieuw iets vreemds hoorde, scheen ik met mijn zaklamp op mijn kast en zag ik daar een harig beestje zitten. Ookal wist ik al een hele tijd dat er iets in mijn kamer zat, nu ik het ding gezien had wist ik dat ik niet meer zou slapen, dus ging ik bij Clara gaan slapen.

Vrijdagochtend had ik voor het eerst repetitie tijdens de pauze met het lager. Een hele hoop nieuwe leerlingen kwamen meezingen en ik haalde de laatste foutjes uit het nummer. Ik had een vierstemmige versie uitgeschreven voor dit nummer, maar het niveau van het koor ligt nog te laag en ik blijf dus bij een twee-stemmige. Het grootste probleem bij de jonge kinderen is dat ze niet naar elkaar luisteren wanneer ze zingen. Ook hun concentratie speelt een rol en ter bevestiging van wat Sanne me gezegd had na haar musicale ervaringen in Malawi: hun gevoel voor ritme is hetzelfde als bij ons: sommigen hebben het, anderen niet. Hoe dan ook ben ik blij met het voorlopige resultaat en hoop ik dat we het binnenkort eens aan andere leerlingen kunnen laten horen.
Terug thuis ging ik met Nnekka mijn kamer gaan doorzoeken naar de rat, maar ze zei dat hij waarschijnlijk gevlucht was. Ik sloot mijn kasten en deuren uit voorzorg om te vermijden dat dit zicht opnieuw zou voordoen. Bleek dat de rat, die in feite een muis was, toch in mijn kast zat en ‘s nacht probeerde hij er dus zijn weg uit te eten. Ik zette het een en ander voor mijn kastdeur, waar ik de neus van de muis zag uitsteken en kroop terug in mijn bed.

Zaterdagochtend kwamen auntie Eukeria en Ochechi naar mijn kamer om de muis te doden. Met een stok in de aanslag, stond Ochechi klaar terwijl auntie Eukeria de muis achter de oude geluidsinstallatie (die in mijn kast opgeborgen staat) probeerde weg te jagen. Gelukkig voor het beest kon hij ontsnappen via mijn kamerdeur, maar ik sloot alles terug goed af voor ik naar beneden ging. 



(correcte link!)

zondag 21 februari 2010

Week 4 (6-12/02)

“Beke” “Oniotcha”

Zaterdagochtend waren Kristofer en ik om elf uur in school voor de French-club. Chidi houdt in het weekend repetities om de kinderen extra voor te bereiden op de wedstrijd. Ik moest mijn laptop meebrengen voor de muziek. Chidi had op twee Nigeriaanse nummers een Franse tekst geschreven. Kristofer kon helpen met de uitspraak. Chidi wil ook een Michael Jackson-tribute doen, maar verder weet ik nog niet hoe hij dit in dit Franse plaatje ziet passen.

Zondag zijn we naar Uguta Lake geweest. Tante had last van haar rug, dus Chidi, Clara, Kristofer en ik namen de rit van ongeveer een half uur richting het meer. Het was er enorm rustig en gezellig. Het water was vrij warm, dus je kon er niet echt afkoelen, maar het was leuk om tussen een hoop vissen die rond je cirkelen te zwemmen. Het domein was ook heel mooi en had een tropische indruk. De manager, die een oogje heeft op Clara, kwam ons vertellen dat er plannen zijn om een hotel en een winkelcentrum rond het water te bouwen. Plannen die alvast niet in de eerste 5 jaar gerealiseerd zullen worden volgens ons. Tegen 15 uur moesten we terugkeren, want Chidi moest op tijd in zijn bar terug zijn voor het voetbal.

Chidi’s sportbar is heel mooi ingericht en eens alle stoelen bezet zijn laat hij uit veiligheid niemand meer binnen, zeker niet als er een belangrijke match is. Zijn opdiensters gaan rond en wanneer ze merken dat sommige mannen net iets te lang aan hun limonade of bier zitten, melden ze het aan Chidi. Als ze niets willen drinken, zijn ze niet welkom en maakt hij plaats voor klanten die wel willen kopen.

Maandag kreeg ik het bericht van mijn ouders dat ik met onderscheiding afgestudeerd was als Bachelor in de Orthopedagogie: reden genoeg om te vieren dus. Reden voor Clara om te zeggen: jij moet koken! En dat deed ik dan ook, alhoewel er niet veel koken aan te pas kwam. Ik maakte een lekkere salade klaar en koos natuurlijk om er gefrituurde plantene bij te eten. Plantene zijn grote bananen en heerlijk als je ze frituurd. Van tante kreek ik stof cadeau om me te feliciteren. Ik kan daarmee naar een kleermaker gaan om er iets van te laten maken.

Dinsdag was er hygiëne-inspectie op school door de overheid. Een groep dames in witte schorten controleert de schoolgebouwen en gaat langs in de lagere klassen, terwijl de leerlingen van het middelbaar verzameld worden in de hal om er uitleg te krijgen over SOA’, HIV en AIDS. De kinderen waren heel aandachtig, maar wat opviel toen er vragen gesteld werden was dat sommige kinderen het idee hadden dat ze kinderen van het andere geslacht niet meer konden aanraken o.d.

Woensdag hielp ik met de audities voor de band. Mijn lokaal stond om de tien minuten vol leerlingen die ik telkens terug naar buiten moest jagen zodat ze zouden blijven wachten in een rij. Ik zorgde voor de keyboard. Sommige kinderen hadden talent, maar slechts enkelen hadden ook de mogelijkheid om ook te repeteren (meestal in de kerk). De bandleerkracht hield ondertussen audities voor gitaar.

Donderdag werkte ik met mijn primary koor het eerste deel van het nummer ‘Oh happy day’ af. Toen ik de kinderen vroeg of ze het zagen zitten om op de speelplaats te zingen voor de anderen, was iedereen enthousiast. Toen het bijna tijd was legde ik iedereen uit hand in hand naar beneden te wandelen zodat de rijen snel terug opgesteld zouden zijn op de speelplaats beneden. Eens beneden verdween iedereen naar zijn lokaal om zijn rugzak te gaan zoeken en zich te mengen onder de andere kinderen die aan het verzamelen waren. Uiteindelijk stond ik daar met 2 van mijn leerlingen die blijkbaar wel begrepen hadden wat ik gevraagd had. Ergens had ik het wel verwacht en kon ik er dus mee lachen.

Vrijdag ben ik voor de tweede keer mee geweest naar de markt met uncle Damien en auntie Henrietta. Doordat we vroeg vertrokken, was het minder druk dan de eerste keer ik naar de markt meeging.  Sommigen herkenden me en waren blij me opnieuw te zien. Anderen riepen “Beke” of “Oniotcha”, wat hier staat voor blanke. Henrietta had me geleerd dat als ze me oniotcha noemen, dat ik moet terugzeggen: “oniipbo”, wat staat voor ipbo-person.
We kochten al het nodige voor in huis en hadden ook muizen-vergif nodig. Sinds enkel dagen liepen er meer muizen in huis. In het begin dat ik bij tante woonde zag ik er misschien eentje iedere week, maar sinds enkele dagen zagen  we er meer en meerdere keren per dag.
Terug thuis onmiddellijk in de douche, want de geuren plakten opnieuw aan mijn huid.





dinsdag 9 februari 2010

Week 3 (30-31/01 + 1-5/02)

"I will cut your hair."

30 januari = verjaardag mama = 52 jaartjes jong!

Zaterdag ben ik gaan winkelen met Clara en Adako. We deden enkele klerenwinkels, een juwelier en een supermarktje. Ik stond versteld van wat ze eigenlijk allemaal ter beschikking hebben. Het supermarktje was misschien wel wat duurder dan langs straat, maar je had veel keuze en alles stond binnen (uit de zon). Grappig was vooral al de producten om een blekere huid de creëren, terwijl in Europa die rekken juist vol staan met bruinen-zonder-zon e.d. Ik kocht er cornflakes, omdat ik wat variatie wil voor mijn ontbijt. Het brood hier smaakt erg naar melkpoeder en heeft een soort vanille-achtige smaak. Het is wel lekker, maar ik ben niet gewoon iedere dag hetzelfde brood te eten. (Wie kan me dit verwijten?)

31 januari = verjaardag oma! Proficiat

Zondag kozen we om naar een andere mis te gaan, deze duurt ietsje langer, maar het koor is mooier. Toen ik net neerzat, kwamen twee misdienaars naar tante toegelopen en zeiden tegen haar: “Sorry Mama, but this is not allowed!” Voor ik goed en wel wist waarover ze het hadden, ging tante al volledig in de verdediging: “Are you going to send her back home? Back to Brussels?” Blijkbaar waren broeken niet toegelaten in deze kerk. Terwijl de misdienaars tante er van probeerden te overtuigen mij naar huis te laten gaan om me om te kleden, besloot tante als ze dit deden, ze haar nooit meer zouden zien in deze kerk. Ondertussen zei ik geen woord. Eerst en vooral omdat ze zich tot tante richtten en ten tweede omdat tante goed genoeg haar mannetje kon staan zonder mij. Uiteindelijk werd beslist dat ik de hele mis moest blijven zitten, zodat het niet zou opvallen dat ik geen rok aan had. Ookal vroeg ik me af wat ze zouden doen moest ik toch naar de communie gegaan zijn, toch wou ik geen rellen starten. Achteraf zei tante: “Ik zou toch gegaan zijn.” Grappig : assertiviteit zit blijkbaar in de familie.

Maandag voelde ik me niet in mijn ‘element’. Om de een of andere reden wou mijn lichaam precies niet meewerken terwijl mijn maag juist goed aan het werk was. Ik ben niet naar school gegaan, maar ben thuis gebleven om te rusten en schoolwerk voor te bereiden. ‘s Avond kwam Chidi mij de band-leerkracht voorstellen. Hij zou woensdag audities houden en kinderen selecteren om de instrumenten te bespelen. Hij heeft ervaring met het bespelen van verschillende instrumenten en zal per instrument twee leerlingen kiezen.

Dinsdag kroop ik met mijn studenten voor de eerste keer in mijn eigen nieuwe lokaaltje. Ik heb er een degelijke bureau waar zowel ik als de leerlingen plaats hebben om te schrijven. Doorheen mijn raam heb ik zicht op de speelplaats van het middelbaar.
In de namiddag ben ik langsgegaan om zowel in het lager als het secundair ‘reclame’ te gaan maken voor mijn clubs. Veel leerlingen waren enthousiast, maar ik besefte dat velen onder hen het waarschijnlijk de volgende dag al zullen vergeten zijn.

Woensdag was een beetje chaotisch, omwille van de audities voor de band-instrumenten. Ik had afgesproken een klein half uurtje te helpen, zodat ik om 14.30uur mijn blokfluitles kon starten, want blijkbaar ging de muziekleerkracht er vanuit dat ik opnieuw zijn les zou overnemen. Ik hielp de kinderen die voor piano auditie kwamen doen, terwijl de band-teacher mensen voor de drum zocht. Na een klein kwartier viel de elektriciteit weg, waardoor er geen auditie meer gedaan kon worden voor de piano en de gitaren. Ik liet zo’n 30 van de ongeveer 40 wachtende leerlingen terugkeren naar hun eigen clubs en vroeg hun een klein uurtje later terug te keren. Ondertussen ging ik naar mijn eigen club. Dit keer had ik 13 leerlingen, dus 6 nieuwe. Niet veel, maar door al de chaos van de band-auditie die dan nog eens samenliep met de opstart van de French-club van Chidi had ik niet meer leerlingen verwacht. Chidi’s French-club is een groep studenten die zullen deelnemen aan een acteer- en danswedstrijd, waarbij onze school verschillende jaren achtereen Nationaal Kampioen geworden is.
Nadat ik een klein uurtje les aan het geven was, kwamen enkele studenten terug om te zeggen dat ze auditie wilden doen. De elektriciteit was nog steeds niet terug, maar er stond wel opnieuw een enorme rij studenten aan mijn lokaal. De zang- en muziekleerkracht kwam naar mij en vroeg me om samen de zangers te begeleiden. Om het te doen met de middelen van het moment liet ik mijn blokfluit-studenten de zangeressen (inderdaad, jammer genoeg enkel meisjes) begeleiden. Sommige meisjes hadden een klare duidelijke stem, maar geen enkele kon zich volledig geven. Ze zongen enkel voor zichzelf, maar niet voor het ganse lokaal. Gelukkig kan daaraan gewerkt worden en ik besloot toen doorheen de volgende weken aparte audities te organiseren, en ook jongens aan te spreken.

Donderdag was het Clara’s verjaardag. Kristofer en ik hadden echt geen enkel idee wat we Clara cadeau konden doen, dus besloten we ijs te gaan halen als dessert voor ‘s avonds.
In de namiddag stond ik verstelt van het aantal leerlingen die voor het koor kwamen. Ik denk dat er ongeveer 60 kinderen in het klaslokaal stonden, waarvan jammer genoeg een groot deel teruggestuurd moesten worden naar hun vorige club-keuze. Omdat ik dacht dat Chidi de hal zou gebruiken, gingen we naar de bibliotheek. Achteraf bleek de hal toch vrij te zijn, dus sprak ik met Chidi af dat we elkaar in het vervolg op de hoogte zouden houden. Na de kinderen stemopwarming en buikspieroefeningen te geven, startte ik met het aanleren van het lied ‘Oh happy day’. Ik had de tekst op voorhand in het groot uitgeschreven, zodat het voor iedereen zichtbaar was. Ik deelde de groep in twee: de eerste rij zou de lead-stem op zich nemen, de achterste de achtergrond stemmen. Al schijnt het dat Afrikanen goed zijn met ritme, ze zijn ook enorm goed in het vervormen van ritme zodat het hen uitkomt. Het was het moeilijkst om de kinderen duidelijk te maken dat ze enkel een van de twee stemmen moesten volgen. Daarna moest ik vooral werken aan het behouden van een ritme, omdat de tweede stem vooral de neiging had gewoon na te zingen wat de eerste stem deed. Ik had de kinderen vorige week al gewaarschuwd over het feit dat iedereen moet meezingen en meewerken, maar toch zag ik opnieuw enkele onaandachtige gezichten. Ookal geloof ik erin dat iedereen de kans moet krijgen zijn talent te ontwikkelen, toch merk je snel wie het beste met de lessen voor heeft en wie er is omdat ze niet weten wat ze anders zouden moeten doen.
In Nigeria is de gewoonte dat verjaardagen thuis gevierd worden en als iemand iets te vieren heeft moet deze persoon koken. Clara maakte voor ons een heerlijke maaltijd klaar en als verrassing was Chioma van school teruggekeerd. Jammer genoeg waren de ijsjes ondertussen milkshakes geworden, maar toch genoot iedereen ervan.

Vrijdag had ik voor de eerste keer een ‘doorbraak’ met mijn leerlinge Patience. Ik gebruikte met haar mijn Uno-kaarten om haar de kleuren te leren herkennen en benoemen. De eerste keer dat ik dit met haar deed, duurde het vrij lang voor ze het snapte en bleef ze fouten maken. Dit keer kon Patience alle kleuren sorteren in vier stapeltjes en ze corrigeerde zichzelf bij een vergissing. Het benoemen van de kleuren lukt haar nog steeds niet, maar het feit dat ze verschillen ziet betekend voor mij al heel veel.
Na school ging ik met Adaco mee naar een kapperssalon. Adaco had haar vlechten uit haar haar gehaald en verschillende producten gebruikt om het te versterken. Ze wou het nu laten brushen. Het salon was een kleine ruimte van zo’ 2,5 op 3 meter. Hier in Nigeria hebben zo goed als alle vrouwen valse extensions in hun haar. Om de 2 a 3 weken halen ze die er terug uit om daarna een nieuw kapsel te kiezen. Tante zegt dat vrouwen hier liever nog een maaltijd overslaan dan met onverzorgd haar rond te lopen. Wanneer het eigen haar lang genoeg is, laten kinderen en vrouwen het invlechten of ze draaien het op met een soort zwart plastiek draad die eruit ziet als rubber. De meeste vrouwen hier hebben ook een synthetische pruik, echt haar is hier onbetaalbaar. Je kunt niet bedenken hoeveel manieren er hier bestaan om haar te vlechten, maar ik moet hier vooral oppassen voor Adako, want ze meent mijn haar te komen afknippen als ik slaap om er een pruik van te maken.

maandag 1 februari 2010

Week 2 (23-29/01/2010)

“I will marry you.”

Zaterdagochtend werd ik gewekt met de slagzin: “Auntie, please come and see how we kill the chicken.” Vrijdag had ik gevraagd of ze me zouden roepen wanneer de kip zijn hoofd zou gaan verliezen, zaterdagochtend was het dus zo ver. Kleren aan en naar beneden met de camera in de handen. Ik wou het filmen, maar door de verhalen die ik me nog herinner van in de tijd dat mijn pepe zijn kippen slachtte, hield ik een veilige afstand. Jammer genoeg geen kip zonder kop zien rondhuppelen, maar toch een vreed zicht, zeker omdat de (tweede) jongste van het huis, Anthony, de nek opensneed zonder enige moeite.

Over de middag vroeg tante me of ik met haar mee wilde naar een trouw. Al had ik eigenlijk nog een boel werk, neem ik zoveel mogelijk van de uitstapjes mee. Chioma zou vandaag ook terug naar school vertrekken en reed met ons mee, zodat Damien haar verder kon afzetten op een bus richting haar universiteit. Het feest vond plaats bij het Concorde Hotel, waar mijn neef Ilya en zijn vriendin Ruth tijdens hun verblijf in Nigeria wekelijks gingen zwemmen. Wat tante me niet op voorhand verteld had, was dat deze trouw het huwelijksfeest was van een van de oudste en rijkste families in Nigeria. Mijn idee dat ik voor ogen had over een lokaal dorpsfeestje, stelde niets voor bij wat ik te zien kreeg. De gigantische tenten, die een ganse parking innamen, waren versierd tot in de puntjes. De twee grootste tenten waren voor de gasten, zo een duizend-tal Afrikanen. Iedereen was er prachtig gekleed, maar de meeste vrouwen hadden duidelijk last van overgewicht. Hier was geen armoede of honger te spotten. Tante en ik namen plaats bij enkele van haar kennissen en de obers overrompelden ons met een mand vol bier en frisdrank, die ze begonnen uit te laden op onze tafel. Een andere man bracht voor iedere tafel twee flessen wijn en een schuimwijn, en geloof me, geen flessen van 2 euro uit de nachtwinkel. Alle stoelen waren net zoals de tafels en de tenten versierd met paarse en lila linten. In  het midden van iedere tafel stond een taart (peperkoek-achtig) bedekt met verharde witte suiker en opnieuw versierd met paars en lila, verpakt in een lila folie met een paarse strik. Ook lagen er een soort koekjes en chololadetruffeljes op de ondertussen overvolle tafel.
Toen het vers gehuwde koppel aankwam en over de rode lopen naar hun tent liep, ging hun dichtste familie naar hen toe om rond hen te dansen. Het koppel had een eigen tent tussen de gast-tenten. Tussen de speeches door speelde een live-band en toen het koppel voor de tweede keer aan het dansen ging, gingen de familieleden er opnieuw heen en wierpen hen geld toe, die de jongsten van het tapijt opraapten en verzamelden in gigantische shopping-bags. Voor alle gasten, was een geschenk voorzien, die de bruidsmeisjes uitdeelden. Alle vrouwen aan onze tafel kregen elk twee longdrink glazen. Toen de obers rondkwamen met gigantische borden vol eten, vroeg ik me af of er ook kinderporties te verkrijgen waren. Bergen eten passerden me en het merendeel van de borden die terugkeerden was nog niet half benuttigd. De taart op het midden van de tafel was het dessert. Toen wij tante klaar was om terug naar huis te vertrekken, koos een andere vrouw de ervoor de fles wijn die nog niet op gedaan was mee naar haar huis te nemen. Dit gebeurd altijd, zei tante. Er wordt immens veel eten weggegooid en alle overige drank verdwijnt in handtassen. Een feest als dit zou in Belgie stukken van mensen kosten en al ben ik in Afrika, nog zou ik de rekening –van dit bijna festival–niet willen zien.

Op zondag ging Chidi naar de zus van nonkel Donna. Zij wonen in het dorp, Orlu, wat ze hier ‘the village’ noemen. Ik vroeg of ik mee mocht en Chidi was tevreden met mijn gezelschap. Chidi is meer een Amerikaan dan Nigeriaan. Hij praat als een Amerikaan en heeft er ook de humor van mee, dus ik kan goed met hem zeveren. De hele auto-rit hebben we zitten lachen. Telkens als ik ergens een andere mening over deelde of hij geen staart meer kreeg aan zijn fantastische verhaaltjes waardoor ik met hem moest lachen, zei hij: “I am the man!” Dat is zijn antwoord op haast alles, waarna hij een zelf in de lach schiet.
Op de weg naar Orlu passeer je eerst duizenden bomen waarlangs kinderen fruit en noten verkopen. Chidi kocht Cashew nuts. Die bakken ze hier en verkopen ze in lege rum- (of andere drank-) flessen. Doordat ik in de auto zat, verhoogden de meeste al onmiddellijk hun prijs, maar doordat Chidi de prijzen kent, gaf hij niet meer uit dan nodig.
In het dorp maakte ik kennis met Chidi’s tante en oom, waarna hij me meenam naar het huis waar zijn eigen moeder woonde. Ik wist dat 8 van de 9 kinderen van tante geadopteerd waren, maar verder niets. De moeder van Chidi woont naast het huis dat oom Donna aan het bouwen was voor hem en zijn gezin. Hij is voor dit huis begraven en Chidi zou het huis graag afwerken wanneer hij er de tijd voor vindt. Op het graf van oom Donna, staat een levensgroot beeld van hem. Op de terugweg kochten we nog een paar flessen Cashewnoten, maar voor bananen gaven ze zo’n hoge prijs dat Chidi ze er mee uitlachte en we banana-loos naar huis terug reden.
Clara had dit weekend een soort astma aanval gedaan, waardoor ze sinds vrijdag met een naald in haar arm liep en twee keer per dag een shot moest krijgen in een prive-ziekenhuis. Zondagavond besloot ik met haar mee te gaan. De verpleegsters vielen Clara lastig met duizenden vragen over mij en een ervan zei: “I will marry you!”, in de zin van: ik ga je uithuwelijken aan mijn zoon. Toch klinkt het vreemd als je dit te horen krijg, al was het niet meer de eerste keer dat dit me overkwam. Ik vind het zo vreemd dat moeders hun zonen zitten te promoten bij een compleet vreemde. De andere verpleegsters lachten en maakten er gelukkig grapjes over. Ik en Clara zeverden wat mee. Aan de vrouw die aan haar zoon wou voorstellen vroeg ik hoe oud ze dacht dat ik was. Ik had al verschillende keren gemerkt dat Afrikanen me nog meer jonger in schatten dan de meesten me in Belgie inschatten. “Thirteen?” Ik kon niet meer van het lachen: die onbekende vrouw zou een dertien jaar oud meisje aan haar –waarschijnlijk in de dertig jaar oude- zoon voorstellen. Minder grappig was dat Clara ontdekte dat het medicijn dat ze in haar arm spoten net over datum was. Ze zei er iets op, maar de verpleegsters zeiden dat het nog zes maanden goed was. Clara gaf hen gelijk en zei tegen mij dat ze van haar moeder wist dat de datums inderdaad zes maanden vroeger aanduiden dan hun werkelijke vervaldatum. Normaal moet Clara een uur wachten, maar na een klein half uurtje voelde Clara zich goed genoeg om terug te keren naar huis.

Maandag 25/01 = gelukkige verjaardag papa! = 54 jaartjes jong!

Maandag zag Clara er al stukken beter uit, maar ging nog niet gaan werken. Ik de moeder van Patience gevraagd langs te komen op school om bepaalde zaken voor haar te vertalen. Meer dan een half uur te laat arriveerde ze en ik toonde haar hoe moeilijk de communicatie verliep tussen Patience en mezelf omwille van de taalbarrière. Om 11 uur had ik een afspraak met Grace Opara, zij is de moeder van het jongetje waar mijn tante Lieve en Pascal de studiebeurs voor willen betalen. Grace heeft 7 kinderen en wil al haar kinderen naar de New Laetare School laten komen, ookal wonen ze niet dichtbij. Het zoontje, Chiagozie-e Opara, kan zal in september starten in de kleuterklas. Door het verkeer kwam Grace pas rond 12 uur aan. Het jongetje is een schattig klein mannetje en had een mooi beige pakje aan. Ik stelde voor om reeds het nodige schoolmateriaal aan te schaffen, zodat hij volledig in het nieuw school kon starten. We kochten reeds het schooluniform en de sportkleertjes. Grace zou met Chiagozie-e naar de markt gaan om een rugzakje en nieuwe sandalen.Toen ik thuis kwam na school voelde Clara zich prima, omdat ze haar laatste shot had gekregen en de naald uit haar hand was. Ze zou terug kunnen werken, maar moest zoveel mogelijk stoffige ruimtes vermijden, terwijl de middelbare afdeling waar zij les geeft nog steeds in constructie is en de vloer haast niet zichtbaar is onder het zand en de stof. Clara wou haar genezing vieren en deed er alles voor om het huis uit te geraken. Ze nodigde me uit mee ijs te gaan eten in Chicken Republic. Ja, ook in Nigeria zijn er fast-food ketens. We overtuigden tante om ijs te mogen gaan kopen bij Mr. Biggs en terwijl –maar dit mocht tante van Clara niet weten- maakten we een tussenstop bij CR. Clara was dolenthousiast om mij op het openbaar vervoer te steken, ze vond het spannender dan ik zelf. Openbaar vervoer hier zijn ofwel taxi’s die een soort ‘hop-on-hop-off’ systeem hanteren, ofwel een soort van Rickshaws (zoals ik ze in India leren kennen heb), maar hier Keke’s genoemd worden. Samen met Emanuella gingen Clara en ik op stap. We namen een taxi en nadat nog een man erbij kwam zitten, stapten we niet veel verder uit aan de Chicken Republic. Soft-ijs! En zalig lekker ook nog! Na jaren goeie ervaring met onze eigen ijs-machine en mindere ervaringen met andermans soft-ijs, wist ik dat deze machines salmonella-kwekerijen waren als ze niet onderhouden waren. Clara stelde me gerust met het feit dat ze ze dagelijks uitkuisen en doordat de zaak op een generator draait, moest ik er ook niet mee inzitten dat het niet gekoeld bleef. Na het nemen van een paar foto’s als bewijs staken we de straat over richting Mr. Biggs. Dit is een soort mini Mc. D. waar je ook schepijs in dozen van 1 liter of een halve liter kan kopen. Na de rit terug met de taxi, gingen we aan tafel en aten nadien dessert alsof ik voor de eerste keer in die anderhalve week ijs gezien had.

Na het eten bracht tante het nieuws dat er morgen een vriend van Pieter zou aankomen. Vorig weekend kwam Clara binnen met een pak formulieren die Pieter doorgemaild had i.v.m. een vriend van hem die stage wou doen in de school van tante Madeleine. Doordat er lang in huis geen internet geweest was, had Clara dit te laat gezien. Vreemd genoeg maakte het blijkbaar niet uit dat zijn stage periode al begonnen was en op een of andere wijze heeft deze jongen zijn uitnodiging, visum, inentingen en alle andere nodige papieren in orde kunnen krijgen in nog geen week tijd. En dan te bedenken dat ik mijn reis meer dan 6 maand heb voorbereid en er al meer dan 6 jaar van droom… Nu, vanaf morgen zou ik dus niet meer de enige jonge Belg in huis zijn.

Op dinsdag ontmoette ik voor de eerste keer mijn nieuwe leerling Prince. Het hoofd van het lager had me een lijst met namen gegeven van kinderen waar de leerkrachten moeite mee hadden. Op het goed gevoel had ik hem er als eerst leerling uitgekozen. Hij ging mee met mij naar boven in de hal en liet me kennismaken met zijn uiterst schattige lach. Eenmaal we neerzaten en ik hem enkele simpele vragen begon te stellen, verdween de lach op zijn gezicht en blokkeerde hij. Hij keek overal rond, uitgezonderd naar mij. Af en toe knikte hij of lachte hij, maar er kwamen geen woorden over zijn lippen. Na hem een boel kansen te geven iets over zichzelf te vertellen of zijn familie besloot ik er misschien een beloning aan te koppelen, maar nog steeds bleef hij zwijgen. Misschien moest ik het dus wat strenger aanpakken om te tonen dat hij me serieus moest nemen en me niet respectloos kon behandelen. Ook dat haalde niets uit.
In de kamer naast de zaal waar wij zaten, was Eukeria (die bij ons in huis woont met haar baby) les aan het geven aan de kleutertjes. Ik zei dat we er anders eens heen zouden gaan om te kijken hoe goed de kleine kindjes hun best deden. Toen hij weigerde mee te gaan begon hij te huilen, maar het kwam van veel dieper waardoor het niet leek alsof hij huilde omdat hij mee naar buiten moest met me. Hij smeet zich op de grond en riep allerlei dingen uit, waardoor Eukeria en haar collega zelfs kwamen kijken wat aan de hand was. De eerste vijf minuten was Prince niet te kalmeren. Hij kroop weg en zat duidelijk emotioneel in de knoop. Uiteindelijk kon Eukeria hem uit zijn furie halen en kreeg hem terug op zijn stoel. Ik legde Eukeria uit dat ik alleen een paar simpele vragen gesteld had, zoals zijn naam en hoeveel broers en zussen hij had, maar hij niet antwoordde. Eukeria pakte hem op haar eigen manier aan en het was duidelijk dat hij haar kende en vertrouwde. Ik was duidelijk op de verkeerde manier van start gegaan bij deze jongen, maar bij geen een enkel van de andere kinderen had ik al een respectloze houding tegen gekregen, omdat respect hier juist heel belangrijk is. Ten slotte gaf ik Prince een blad papier mee met daarop: name, name mother, name father. Ik gaf hem een balpen en zei dat hij het me ingevuld kon terugbrengen wanneer hij zich beter voelde en er klaar voor was. Tien minuten later was ik met Patience bezig, toen een jongetje met een gigantische glimlach het lokaal binnenkwam. Ik herkende hem eerst niet, maar het was Prince die me mijn blad ingevuld terug kwam geven. Het was een volledig andere jongen en het verdriet dat daarnet zo duidelijk op zijn gezicht aanwezig was was compleet verdwenen. Ik zei dat hij voor morgen mocht kiezen wat we zouden doen, want ik wou het over een andere boeg gooien om zijn vertrouwen te winnen. Een lossere, ontspannen omgeving leek me daar de ideale situatie voor.

Dinsdagnamiddag kwam Chidi me ophalen, we gingen instrumenten kopen. Vorige week kreeg ik van Chidi het fantastische nieuws dat ik een lokaal ter beschikking kreeg om te gebruiken als muzieklokaal en bureau. Chidi zag het hele muzieklokaal-gebeuren nog groter dan ik: hij wou een volledige uitrusting kopen voor een groep, zodat ze er ook mee konden optreden e.d. We gingen met de schoolbus en de chauffeur Sonny was al even enthousiast al Chidi. Sonny kent wat af van muziek, maar zou zich voornamelijk bekommeren over technische zaken. Onderweg vertelde Chidi mij dat hij de vriend van Pieter in Port Hacort zou gaan ophalen, maar er niet blij mee was. Blijkbaar had Pieter niet alleen tante Madeleine op het laatste nippertje ingelicht over haar toekomstige gast, maar had Pieter dit ook niet aan Chidi meegedeeld. Gevolg: Chidi wist sinds deze morgen pas dat hij de jongen moest ophalen. Bijkomend gevolg was dat het in Port Hacort niet veilig is om ‘s nacht te rijden, zeker niet met een blanke persoon bij je. Er is wel genoeg bewaking, maar daarnaast is er ook genoeg corruptie. Chidi zou er dus een nachtje overnachten op hotel, maar was bezorgd om zijn bar.
Voor we geld gingen afhalen, zou Chidi eerst een prijs laten maken van al het nodige. We gingen naar een klein winkeltje, volgepropt met dozen die vol zaten met allerlei instrumenten. Ik was verbaasd te zien wat de verkoper allemaal te voorschijn kon halen uit zo een kleine ruimte. De meeste instrumenten zijn van onbekende merken, maar de keyboards waren stuk voor stuk Yamaha’s. “Fake” zou je denken, maar hier houden mensen niet echt zoveel rekening met merken als wij Belgen. Ik koos voor het model dat de nieuwere versie is van mijn keyboard, omdat je er floppy-disks (ja, die bestaan hier nog) in kunt stoppen met MIDI-files. Toen we een lijst hadden met onze benodigdheden en een optelsom van de kosten, gingen we naar de bank. Om de bank binnen te gaan, moet je in een soort van koker stappen, net alsof je in een ronde douchecel stapt, en wachten tot de deur achter je dichtgaat alvorens je er aan de andere kant kunt uitstappen. We pikten het geld op en keerden terug om alles in te laden. Uiteindelijk gingen we met die keyboard, een volledige drum-set, twee conga’s, twee micro’s, een draadloos micro-systeem, twee klassieke gitaren, een elektrische gitaar, een bass-gitaar, een versterker, twee speakers, alle nodige kabels, statieven en een mengpaneel naar huis. In het totaal kwam dit op bijna 680.000 Niara uit. Een grote som, maar een noodzakelijke investering. Die verkoper zijn dag was waarschijnlijk goed, of laat ons zeggen: zijn komende maanden. Sonny zou alles gaan uitladen op school, zodat we het in de loop van de week konden opstellen. Volgende week zou ik dan de band-leerkracht ontmoetten waarmee ik samen zal werken om een muziekgroep op te stellen.

Woensdag zou ik opnieuw aansluiten bij de band-teacher. Ik had enkele zaken voorbereid en wou de kinderen samen met hem begeleiden. Daar het vorige week duidelijk was dat blijkbaar veel kinderen het niet nodig vinden hun fluit mee te brengen naar de fluit-les, had ik een lijst opgesteld waar ze hun namen zouden noteren en konden aanduiden of ze hun fluit wel of niet bij hadden. Doordat het hoofd van het middelbaar blijkbaar naar iedere klas langs gegaan was om de leerlingen te waarschuwen, had dit keer slecht 1 leerling zijn blokfluit niet bij. Minder nieuws was dat er slecht acht leerlingen waren voor fluit. De trompettist-begeleider was er niet en toen de band-teacher koos met hen te beginnen, besloot ik dan de blokfluit les over te nemen. Ik riep mijn acht jongens en ging naar het lokaal ernaast. Ookal warden we geregeld gestoord door het overlappende geluid van de trompetten en nieuwsgierige leerlingen, toch ging het lesgeven heel vlot. Ik bracht hen wat bij over notenleer, melodie, dynamica en ritme. De jongens waren heel enthousiast en speelden vlot de liedjes die ze reeds kenden. Op een bepaald moment vroeg een van de jongens of ik hen een liedje kon aanleren. Daar ik er niet op voorbereid was, keerde ik me tot de muziekleraar. Ik vroeg hem naar mijn boeken die hij vorige week in de bibliotheek geleend had. Blijkbaar had hij ze al terug gebracht. Jammer, maar ik had het ergens wel verwacht nadat hij me gezegd had dat hij geen noten kon lezen. Terwijl ik een leerling van wie haar club-les er al op zat om het eerste boek stuurde, leerde ik de jongens een liedjes dat ik als kind - ik denk in het vijfde of zesde leerjaar - geleerd heb van mijn mama. Het is me altijd bijgebleven en doordat het wat Oosters klinkt en de kinderen een titel vroegen voor het nummer, noemde ik het “The Indian Song”. Ik was tevreden over mijn les en ben blij dat ik de kinderen wat had bijgebracht. Zij bleken ook tevreden, maar volgende week zou ik rondgaan van klas tot klas om nog meer reclame te maken voor deze club.

Op donderdag volgde ik de music-club. Ze hadden mij gevraagd het grotendeels over te nemen, maar doordat ik besef dat ik hier maar voor enkele maanden ben, maak ik steeds duidelijk dat ik wil helpen en zal ondersteunen waar nodig. Ik sprak dit ook af met de zangjuf en zei dat ik haar zou helpen, maar op haar hulp rekende. Uiteindelijk heeft zij al deze maanden de kinderen liederen aangeleerd die voor mij onbekend zijn. Ook ken ik weinig tot geen Engelse kinderliedjes noch Engelse godsdienstige liedjes. Het doel was een koor op te starten en daarvoor was mijn eerste en grootste aanpassing: veranderen van lokaal. Ik wou een herhaling van vorige week vermijden en stelde daarom voor naar boven te verhuizen, in de hal, waar geen afleiding was door geluid noch door de omgeving. Iedereen liet alles liggen buiten hun schriftjes en hun flessen water.
Aangekomen in de hal verdeelde ik de groep kinderen in twee rijen, wat langer duurde dan ik verwacht had. Ik deed wat opwarmingsoefeningen met de kinderen en legde uit waarom dit belangrijk is voor de verzorging van je stem. Daarna liet ik autie Bernice overnemen, omdat zij de kinderen al een hoop liedjes had aangeleerd. Ik onderbrak hier en daar om meer dynamiek in de nummers te steken of de jongens en meisjes apart te laten zingen. Het nummer ‘Que sera‘ was daar ideaal voor. Na de pauze liet ik kinderen een opname van ‘Oh Happy Day’ horen en ze waren allemaal enthousiast om dat nummer te leren zingen. Volgende week zouden we er mee starten.

Vrijdagochtend zag ik opnieuw mijn studenten en Kristofer hielp me met de studiebegeleiding van twee jongens. De moeder van Patience kwam langs met een zak vol bananen en een ananas om mij te bedanken. Omdat mijn bureau en tevens muzieklokaal nog niet opgeknapt was, koos ik ervoor in de namiddag terug naar school te komen. De school stopt om 13uur en rond 14uur keerden Kristofer, Anthony, Otshechy en ik terug. Omdat de vloer bedekt was met kilo’s stof en vuil, wou ik dit eerst mijn kamer uit. Eerder deze week had ik de instrumenten al gaan afdekken, maar toen ik nog geen uur later terug ging waren de dozen al weer van de speakers afgehaald en de micro’s terug uitgesteld. Daar naar mijn weten Sonny de enige is met een sleutel, zal hij waarschijnlijk alles klaar willen zetten hebben om uit te testen. Alleen begreep ik niet waarom hij alles dan niet opnieuw kon afdekken, wat met de werken op de tweede verdieping kwam er nog immens veel stof naar beneden, laat staan brokjes steen. We haalden de instrumenten uit het lokaal en stoften het eerst uit, waarna we het dweilden. Ondertussen was Sonny gearriveerd om de installatie uit te testen, omdat de elektriciteit in het lokaal aangelegd was. Hij keek maar een beetje vreemd en het stond hem precies niet te veel aan, maar ik had hem verteld dat ik het sowieso eerst wou uitkuisen voor ik de instrumenten uitlade. In mijn ogen moet deze investering zo lang mogelijk meegaan en dat kan alleen in een zo proper mogelijke ruimte. Uiteindelijk hielp Sonny mee opkuisen en terug alles opstellen. Verschillende zaken waren verkeerd opgesteld en in elkaar gestoken, zoals de drum. Ook merkte ik dat het piano statief geforceerd in elkaar geschroefd was waardoor het niet toegeplooid kon worden. Ik toonde dit aan hem en het stond hem waarschijnlijk opnieuw niet aan. Hij zei: “Dit is Nigeria, dit is hier zo.” Dikke zever, dacht ik luidop (de engelse vertaling hiervan kun je waarschijnlijk wel raden). We moesten alleen de truc vinden om het correct in elkaar te steken, maar terwijl brabbelde Sonny maar wat in Ipbo tegen enkele anderen die stonden te kijken hoe ik dit ging oplossen. Na enkele pogingen slaagde ik erin en toen Sonny opnieuw in Ipbo begon zei ik: “English please”. Op school en in huis vergeten de kinderen soms dat tante en ik geen Ipbo verstaan en ik heb door de weken heen geleerd dat je er gerust op mag wijzen dat ze zichzelf moeten vertalen. Ookal weet ik dat Sonny goede bedoelingen heeft, hij moest aanvaarden dat ik het gewoon was om met muziekinstrumenten en -installaties om te gaan. De manier waarop hij mij behandelde gaf hij me precies geen ruimte (lees: vrijheid) om het lokaal op te stellen. Ik kon het niet verdragen dat ik in zijn ogen een onwetend meisje was en eiste wat meer respect. “Typisch” zullen vele van de lezers van mijn blog denken, maar mijn papa zal zeggen: “Een vrouw moet nooit onder doen voor een man.” Toen we de zaken terug aan het opstellen waren zei ik tegen Sonny dat ik zou helpen met de bedrading en bekabeling, en ik legde hem uit dat ik er al redelijk wat ervaring mee heb. Hij liet me mijn instrumenten opstellen en een per een verbond ik ze met het mengpaneel. Nog een verlengkabel en het was zover: klaar! Plots kwam er iemand het lokaal binnen en nam plaats achter de drum. Hij begon eraan te prutsen en op te spelen. Ik ging naar hem toe, excuseerde me en vroeg wie hij was. Nadat hij me zei een vriend van Sonny te zijn, probeerde hij me wijs te maken dat hij een leerling was op de school. Ik had er genoeg van en richtte me tot Sonny. Ik zei dat ik hem dankbaar was voor zijn hulp, maar dat hij moest begrijpen dat niet zomaar iedereen het lokaal in en uit kon wandelen. Ik wijsde hem op de grote kost van deze investering en dat ik er niet verantwoordelijk voor wou zijn als ik op een dag mijn lokaal zou binnengaan en moeten ontdekken dat alles verdwenen was. Sonny stelde me gerust dat na vandaag niemand onbevoegd nog het lokaal zou binnengaan. Ik was gerustgesteld, maar luchtte ‘s avonds toch eens mijn hart bij tante en Chidi. Ze gingen er mee akkoord dat ik de verantwoordelijke was en dat Sonny mij in die positie moest respecteren.

Flyer Benefiet

Flyer Benefiet
Flyer benefiet